Dirk Van Mechelen

Viceminister-president van de Vlaamse Regering

Vlaams minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening

Persmededeling van Dirk Van Mechelen
Viceminister-president van de Vlaamse Regering
Vlaams minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening

Technologische Innovatie in de Energiesector

25 november 2003, Brussel, Symposium Kon. Militaire School

Monseigneur,

Mevrouw de minister,

Mijnheer de minister,

Dames en Heren,

Geachte genodigden,

Het is voor mij een bijzondere eer om hier - in het bijzijn van Zijne Koninklijke Hoogheid prins Filip - even het woord te mogen voeren op de slotsessie van dit internationale symposium, ter gelegenheid van driekwart eeuw ‘Koninklijke Vlaamse Ingenieursverenging’.

Monseigneur, het is algemeen geweten dat u en uw familie een meer dan gewone belangstelling koesteren voor alles wat met wetenschappen en technologie te maken heeft. Uw aanwezigheid vandaag onderstreept nogmaals het grote belang binnen onze samenleving van een duurzaam energiebeleid enerzijds, en technologische innovatie anderzijds.

Monseigneur,

Geachte aanwezigen,

Op het ‘energetische’ vlak heeft het noorden van ons land een zeer belangrijke overgangsfase achter de rug. Sinds 1 juli van dit jaar is in Vlaanderen immers de volledige liberalisering van de energiemarkt een feit en kunnen alle ondernemingen en particulieren er vrij hun leverancier voor elektriciteit en aardgas kiezen.

Het Vlaamse gewest legt hiermee een dynamiek en bereidheid aan de dag om de zaken doortastend aan te pakken. In vergelijking met andere landen en deelstaten van de Europese Unie behoren we zeker niet tot de groep die blijft talmen om de Europese directieven uit te voeren.

DE EU voerde de voorbije jaren een liberaliseringbeleid door in sectoren als telecommunicatie, postverwerking en luchtvervoer. De openstelling van de energiemarkt maakt op haar beurt een einde aan de monopolies voor de elektriciteit en het gas.


Op termijn zullen zowel de bedrijven als de gezinnen volop profiteren van de concurrentie tussen verschillende leveranciers. Energie is een uitermate belangrijk element voor de economie van een land of regio en is mee bepalend voor het sociale welzijn.

Door de concurrentie in te voeren, zullen niet alleen de productiviteit en de efficiëntie toenemen, maar zal er ook binnen deze sectoren een verbreding optreden inzake innovatie en technologische vooruitgang.

De verlaging van de energiekosten zal trouwens de concurrentiekracht van de Europese ondernemingen nog verbeteren.

De Europese richtlijnen laten toe dat de overheden van de verschillende lidstaten tot op zekere hoogte zélf hun rol bepalen op de eigen energiemarkt. Die rol kan gaan van passief toeschouwer tot een beleid waarbij de overheid zelf de werkingsruimte van de verschillende marktspelers bepaalt.

De collega’s (de ministers Moerman en Bossuyt) hebben deze namiddag ongetwijfeld een exhaustieve toelichting gegeven hoe de Europese richtlijnen werden omgezet in België en Vlaanderen. Bovendien hebben velen onder u het tot stand komen van het ‘Electriciteitsdecreet’ en ‘Aardgasecreet’ van nabij opgevolgd. Dit bespaart mij een uitgebreide uitweiding hierover. Een “efficiëntieoverweging” die kan tellen.

Sinds het begin van de 21ste eeuw wordt de wereld geconfronteerd met enkele belangrijke gebeurtenissen in de energiesector.

De teloorgang van het energiebedrijf Enron, de gevolgen van 11 september 2001 en onlangs nog de grootschalige stroomonderbrekingen in westerse industrielanden als de VS en Canada hebben wereldwijd een weerslag gehad en roepen vragen op rond deregulering, nieuwe ondernemingsmodellen en risicovolle expansiestrategieën.

Ze zijn voor ons een les om te komen tot een coherente en marktconforme regelgeving.

Monseigneur,

Dames en heren,

De liberalisering van de energiemarkt gaat me zeer ter harte, want er ligt een brede waaier van mogelijkheden open voor Vlaamse bedrijven die willen “zoeken naar” en “investeren in” nieuwe innoverende technieken.

Mede door de openstelling van de markt, zal het afzetgebied voor vernieuwende producten niet beperkt blijven tot Vlaanderen of België. Hier liggen dus heel wat opportuniteiten open voor al wie het initiatief wil nemen.

Niettegenstaande de uitdagingen van de vrije (energie)markt groot zijn, kunnen we ervan uitgaan dat we al belangrijke stappen hebben gezet.

De ondernemer en ingenieur in Vlaanderen staat namelijk niet alleen. De Vlaamse regering heeft met het innovatiebeleid een gunstig klimaat geschapen dat voor hen een echte steun kan betekenen.

Niet minder dan 5 KMO programma’s werden recentelijk hervormd tot 1 administratief eenvoudig programma, waarbij innovatieprojecten extra ondersteund worden, en waarbij de kosten via achtergestelde leningen tot 80% kunnen gefinancierd worden. Het aantal aanvragen is reeds verdrievoudigd.

Daarnaast blijft er een belangrijke rol weggelegd voor de eigen onderzoekscentra. In het bijzonder voor onze kenniscentra aan de universiteiten en de eigen Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek, het VITO.

Het technologisch onderzoek dat op deze verschillende echelons wordt verricht, beoogt concrete problemen op korte termijn op te lossen om de bestaande producten, processen en diensten te verbeteren en er nieuwe te ontwikkelen.

We mogen hierbij onze ogen niet sluiten voor de groeiende internationalisering in alle onderzoeksactiviteiten, gaande van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek naar toepassingsgericht onderzoek.


Bedrijven die internationaal opereren, wijken immers steeds meer uit naar landen uit het Verre Oosten, zoals India en China, en naar landen uit het voormalig Oostblok.


Daar waar het innovatiebeleid gevoerd werd vanuit de idee van verankering dóór kennis, zullen wij voortaan samen werk moeten maken van de verankering ván de kennis zélf. Zoniet komt het fundament van de kennismaatschappij zelf in gevaar.

Om aan deze nieuwe wereldwijde uitdaging een antwoord te kunnen bieden, wil Vlaanderen een structurele aanpak voorop stellen. Meer in het bijzonder denk ik aan nog meer netwerking, de verdere uitbouw van excellentiecentra en een versterkte samenwerking tussen Vlaanderen en andere kennis-regio’s .

Monseigneur,

Dames en heren,

Dat ook op het vlak van de energie nog zeer veel kan worden verbeterd, hoeft echter geen betoog.

Sta me toe onder meer te verwijzen naar de Kyoto-akkoorden. België verbond zich reeds tot dit protocol, om ondermeer de doelstellingen inzake emissiebeperking van broeikasgassen te verwezenlijken. Nieuwe, innoverende technieken en de continue verfijning van bestaande technieken moeten ons toelaten deze doelstellingen te halen, zonder evenwel onze economische weerbaarheid te schaden.

Op het vlak van de aanbodzijde rekenen wij op de verdere ontwikkeling van de hernieuwbare energiebronnen. Volgens het vorig jaar in Johannesburg goedgekeurde VN-actieplan voor duurzame ontwikkeling moet dit aanbod ‘substantieel’ verhoogd worden.

Ook de REG-missie (Rationeel Energie Gebruik) blijft meer dan ooit actueel. De spaarlamp en de economische douchekop hebben bewezen dat alle producten die energie verbruiken voor verbetering vatbaar zijn.

In de industrie hebben re-lighting, doorgedreven isolatie en verbeterde productietechnieken voor spectaculaire energiebesparingen gezorgd. De mogelijkheden op dit vlak zijn nog lang niet uitgeput.

De term ‘Duurzame Ontwikkeling’ wordt de jongste jaren al te vaak als een modewoord gehanteerd. Het blijft echter dé basisvereiste voor een blijvende welvaart. En bijgevolg voor een duurzame toekomst.

We kunnen pas van een “duurzame economische en technologische ontwikkeling” spreken, als


  • deze blijvend is

  • tegemoetkomt aan de wensen voor een schone en gezonde leefomgeving

  • én tegemoetkomt aan de sociale behoeften van de huidige en de toekomstige generaties.

Alleen als deze drie peilers gelijktijdig en gelijkwaardig worden opgebouwd, kunnen we samen dit toekomstbeeld bereiken.

De Koninklijke Vlaamse Ingenieursvereniging en haar Technologische Instituut doen bijzonder veel inspanningen om deze uitdaging mee vorm te geven.

Mag ik als slotspreker op dit gerenommeerde en internationale symposium – de folder spreekt terecht van “één van de belangrijkste energiemanifestaties die in dit georganiseerd werden – mijn bijzondere waardering uiten voor het zeer succesvolle energieprogramma van de jarige KVIV.

In het voorjaar werden langsheen de Vlaamse provinciehoofdsteden meerdere debat en voordrachtheden rond onze energie georganiseerd. Meer zelfs, tijdens video-conferenties werd het thema “wat zouden we doen als de stroom in België 24 uren uitvalt” uitvoerig bediscussieerd. Al de opgedane kennis en verzamelde kennis was een degelijke basis voor de boeiende sessies op dit symposium.

Het is dan ook niet meer dan gepast de Koninklijke Vlaamse Ingenieursvereniging en al haar leden van harte te feliciteren met haar jubileumjaar. We blijven op u rekenen.

Ik dank u

dinsdag 25 november 2003


Persinfo

Persdienst kabinet Van Mechelen: Philippe Heyvaert en Gunter Joye
tel. 02 552 67 35 - gsm 0495 23 16 90 - e-mail: persdienst.vanmechelen@vlaanderen.be

Terug naar de lijst met persberichten

rapport-van-mechelen.jpg

rapport-van-mechelen-ii.jpg

vp-banner.jpg

wijzers-banner.jpg

Kort nieuws

  • Samen klinken op een succesvol 2009 (04 jan 2009)
  • Stad Antwerpen volgt Dirk Van Mechelen en sloopt Viaduct Noorderlaan (08 dec 2008)
  • Architect Jo Crepain staat centraal tijdens Open Monumentendag in Kapellen (03 sep 2008)
  • Dirk huldigt nieuwe Belgische kampioen Jumping (31 aug 2008)
  • Vlaams minister Dirk Van Mechelen reikt de Vlaamse Wapenbrieven uit (07 jul 2008)