Dirk Van Mechelen

Viceminister-president van de Vlaamse Regering

Vlaams minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening

Slotevent jaarwerking KVIV - Boeiend bouwen voor morgen

13 december 2007,

Waarde collega,
Geachte dames en heren,

Van de diverse sprekers die mij hier op het spreekgestoelte voorafgingen, kreeg u het voorbije anderhalf uur al heel wat informatie te verwerken. Wat werd er het afgelopen jaar gepresteerd? Welke conclusies kan u uit de vele samenkomsten destilleren? Wat gebeurt er over de landsgrenzen? En last but not least … wat mag u volgend jaar allemaal verwachten?

Graag wil ik, samen met u, nog wat verder in de toekomst kijken. Niet enkel naar datgene waar u volgend jaar een antwoord op wil formuleren, maar ook naar dié uitdagingen dié binnen vijf, tien, twintig, tot zelfs vijftig jaar op ons afkomen. Op jullie als “ontwerpers van de toekomst”, maar ook op ons, beleidsverantwoordelijken. En dat die uitdagingen groot en veelzijdig zijn, daar is iedereen inmiddels van overtuigd.

Bouwen en ontwerpen in de eenentwintigste eeuw is immers in niets meer te vergelijken met wat het enkele eeuwen geleden was. En bouwen en ontwerpen binnen vijftig jaar, zal evenzeer niet meer te vergelijken zijn met wat we nu kennen.
Onze maatschappij legt de lat steeds hoger. Mensen stellen steeds hogere eisen aan hun leefomgeving. In alle mogelijke facetten.

Zo wil iedereen wel dat hij of zij tijdens gelijk welke fase in zijn of haar leven, comfortabel onderdak vindt in een woning die aangepast is aan alle huidige én liefst ook toekomstige noden. En iedereen wil diezelfde kwalitatieve benadering ook voor wat zijn of haar werkomgeving én zelfs vrijetijdsbesteding betreft.

Iedereen wil ook dat het algemene kader waarbinnen hij of zij woont, werkt of ontspant, zo comfortabel mogelijk is. Een omgevingskader waarin vele complexe factoren een rol spelen. Denk bijvoorbeeld maar aan de exponentieel stijgende mobiliteit en vooral de evenredig toenemende problemen door complete saturatie.

Of denk ook aan de – gelukkig maar – steeds hogere eisen die worden gesteld inzake milieu- en energie-efficientie van bouwwerken op zowel micro- als macroniveau.

Met andere woorden, het gamma aan maatschappelijke problemen waarvoor jullie als ingenieurs gepaste antwoorden zoeken, is zeer ruim.

In tegenstelling tot vroeger, zal bij de zoektocht naar technisch afdoende oplossingen, ook veel meer rekening moeten worden gehouden met het maatschappelijk draagvlak waarin deze kunnen worden ingepast.

Inzake draagkracht van de ruimte, de betaalbaarheid, exploitatie, gebruiks- en onderhoudsvriendelijkheid, energie- en milieu-efficiëntie … om er maar enkele te noemen.

Dat maakt de uitdagingen niet enkel groter en moeilijker, maar naar mijn gevoel vooral ook boeiender. Het komt er immers op aan om met al deze nieuwe evoluties creatief om te gaan. Want nieuwe problemen vergen nieuwe oplossingen, innovatieve oplossingen!

De hogere en complexere eisen die eigen zijn aan onze moderne samenleving vragen nieuwe en efficiënte toepassingen van nieuwe materialen met bijzondere eigenschappen. Ze vergen efficiëntere verwerkingsprocedures en nieuwe berekeningsmethodes die tal van nieuwe randvoorwaarden in rekening brengen …

Innovatie is dus ook in de bouwsector hét sleutelwoord voor de komende jaren, voor de komende decennia.

Dames en heren,

Met de strategische beslissing om onderzoek en ontwikkeling inzake nieuwe bouwtechnieken en –materialen niet op bedrijfsniveau te organiseren, maar samen te brengen in onderzoekscentra, geeft de bouwsector aan, het belang van innovatie begrepen te hebben.

Jullie inspanningen zijn niet onopgemerkt gebleven. Net zoals de vraag – zoals ze daarnet ook door dhr Lenaers nogmaals werd geformuleerd - om meer financiële ondersteuning van dit innovatieve onderzoek.

Vanuit de Vlaamse overheid zullen wij resoluut verder blijven investeren in onderzoek en innovatie. In de enige echte grondstof die ons land nog rijk is, onze hersenmassa.

Dat doen we onder meer via het wetenschaps- en innovatiebeleid waar ook dit jaar extra middelen naartoe gaan. In 2008 goed voor 75 miljoen euro extra. Deze bijkomende kredieten worden onder meer gebruikt voor de versterking van de financiering van onze wetenschappelijke instellingen en van het IWT, het Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen.

Dat is goed nieuws lijkt mij, aangezien een deel van deze gelden vooral via het IWT, een extra impuls kunnen geven aan de uitbouw en de opstart van nieuwe innovatieve onderzoeksprojecten bij het Wetenschappelijk en Technisch Centrum van het Bouwbedrijf (WTCB) en het Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw (OCW).

Minder opvallend maar zeker niet minder belangrijk, is de afspraak die in de schoot van de regering werd gemaakt om eventuele niet gebruikte begrotingskredieten via het Fonds voor Financiering van Eenmalige Uitgaven (FFEU), prioritair in te zetten voor Onderzoek en Ontwikkeling. Niet in het minst als versterking van het Industrieel onderzoeksfonds aan de universiteiten. Ook de middelen voor het IOF zijn de voorbije drie jaar reeds substantieel toegenomen. Van 2 miljoen euro bij de start tot 11,5 miljoen euro vorig jaar en 16,7 miljoen euro in 2008.

Het laat elke universiteit toe een eigen beleid te voeren, gericht op het opbouwen van toepassingsgerichte kennis die maatschappelijk gevaloriseerd kan worden in samenwerking met het bedrijfsleven. Ook in de bouwsector.

Daarenboven blijven wij als Vlaamse overheid ook constant investeren in een nog beter uitgebouwde infrastructuur. Dit jaar wordt alvast 250 miljoen euro bijkomend geïnvesteerd in openbare werken, naast de opstart van grote infrastructuurprojecten via publiek-private samenwerking, zoals de Oosterweelverbinding en de bouw van nieuwe schoolgebouwen.

Maar, voldoende financiële middelen voorzien, is niet de enige hefboom waarmee de Vlaamse regering de steeds hogere samenlevingseisen inzake bouwprojecten wil faciliteren.

Bouwen vereist immers niet enkel geld, maar ook en vooral geschikte ruimte. Ook daarvoor zijn we volop een nieuw en ruim kader aan het uittekenen.

Het ruimtelijk ordeningsbeleid dat we uitstippellen, wil op een evenwichtige en kwalitatieve wijze immers ruimte bieden aan alle maatschappelijke activiteiten. De principes daarvoor werden vastgelegd in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, dat sinds 1997 het toetsingskader is voor het ruimtelijk beleid in Vlaanderen.

De taakstellingen in dit RSV zijn gebaseerd op behoefteberekeningen die liepen tot het jaar 2007. Wat maakt dat een actualisatie en herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen dan ook in het vooruitzicht ligt.

Daarbij worden twee sporen bewandeld. Enerzijds werken we aan een herziening op langere termijn. Met als planhorizon 2020 of mogelijks zelfs 2050. Met andere woorden, we willen het Vlaanderen van binnen twintig à veertig jaar, nu al mee plannen, vorm en gestalte geven.

Tegelijkertijd willen we ook snel een aantal knelpunten uit het huidige RSV wegwerken. En dit via een gedeeltelijke herziening waarbij de huidige planhorizon wordt verruimd tot 2012. In dit korte termijnspoor werd gekozen voor een thematische uitwerking. rond de thema’s werken, lijninfrastructuur, wonen, toerisme, recreatie, sport, natuur, landbouw en bos. In al deze deelthema’s is het voorbereidend werk achter de rug.

Zo werden voor het thema “wonen” bijvoorbeeld reeds nieuwe bevolkings- en huishoudensprognoses opgemaakt en werd de woningbehoefte en –vraag tot 2012 berekend. Dit in combinatie met een onderzoek naar het aanbod aan bouwmogelijkheden en ruimtelijke en maatschappelijke trends inzake migraties, gewijzigde woonwensen en vergrijzing.

Ook werd reeds heel wat research gedaan rond het thema “lijninfrastructuur” met het in kaart brengen en evalueren van de verschillende wegen- spoor en waterwegenselecties en de infrastructuur voor openbaar vervoer.

Op basis van deze onderzoeken moeten we in staat zijn zowel het kader als de ruimte te creëren voor nieuwe typologieën inzake wonen, werken en ontspannen. Zonder daarbij uiteraard de vele vraagstukken rond mobiliteit en milieu uit het oog te verliezen.

Inspelend op de uiteenzettingen van de heren Vickery en Poppe van daarnet, zullen we binnenkort al een voorafname doen op die thematische uitwerking, meerbepaald wat sport betreft.

Samen met collega Bert Anciaux, werd de voorbije maanden gewerkt rond een dossier voor de “ontwikkeling, inplanting, uitbouw en financiering van multifunctionele stadions in Vlaanderen.”

Het is immers ook de Vlaamse regering niet ontgaan dat er noodzaak is aan nieuwe impulsen voor onze sport, inzonderheid de voetbalsport, en dat we daar snel in moeten zijn om de trein met andere Europese voetballanden niet compleet te missen. Snel beslissen en snel en doordacht handelen is de boodschap.

En als we dat zeggen, willen we daar natuurlijk ook de nodige financiële middelen tegenover plaatsen. Daarom gaf ik de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV) reeds de opdracht om mogelijke financieringsmodellen uit te werken.

Maar het blijft niet enkel bij een herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen.

Ook het decreet Ruimtelijke Ordening wordt momenteel onder de loep genomen. Eén van de doelstellingen die daarbij worden vooropgesteld, is de verdere administratieve vereenvoudiging van alles wat met planning en vergunningenbeleid te maken heeft.

Dames en heren,

Er beweegt heel wat. Niet enkel maatschappelijk, niet enkel in jullie sector maar ook op beleidsniveau. En net zoals ik daarstraks aangaf dat iedereen in deze zaal rekening zal moeten houden met de creatie van een maatschappelijk draagvlak voor de toekomstige grootschalige bouw- en infrastructuurprojecten, gaat die redenering ook op voor ons politici.

Immers de herziening van het Ruimtelijk structuurplan wordt een oefening, waarvoor meer dan ooit een brede maatschappelijke consensus nodig is. Dit zal allicht een even breed maatschappelijk debat vereisen.

De Koninklijke Vlaamse Ingenieursvereniging speelt daar nu reeds op in. Via een doelbewuste keuze van de jaarthema’s en de organisatie van de vele succesvolle studiedagen en events.

Mag ik vragen dat jullie deze belangrijke rol blijven vervullen, in de hoop dat velen andere actoren in onze maatschappij hier een voorbeeld aan nemen.

Ik dank U

donderdag 13 december 2007

rapport-van-mechelen.jpg

rapport-van-mechelen-ii.jpg

vp-banner.jpg

wijzers-banner.jpg

Kort nieuws

  • Samen klinken op een succesvol 2009 (04 jan 2009)
  • Stad Antwerpen volgt Dirk Van Mechelen en sloopt Viaduct Noorderlaan (08 dec 2008)
  • Architect Jo Crepain staat centraal tijdens Open Monumentendag in Kapellen (03 sep 2008)
  • Dirk huldigt nieuwe Belgische kampioen Jumping (31 aug 2008)
  • Vlaams minister Dirk Van Mechelen reikt de Vlaamse Wapenbrieven uit (07 jul 2008)