Dirk Van Mechelen

Viceminister-president van de Vlaamse Regering

Vlaams minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening

Speech rondetafel jeudlogies, jeugdkampplaatsen

4 juli 2007,

Geachte collega’s,
Geachte medewerkers van de Vlaamse Overheid,
Geachte dames en heren uit de sector,
Geachte aanwezigen,

Aandacht voor een goede ruimtelijke ordening en een hedendaagse jeugdwerking gaan hand in hand. Jammer genoeg, moeten we wel vaststellen dat een toenemende onverdraagzaamheid ten opzichte van jeugdwerking vandaag de dag zelfs tot juridische geschillen leidt. Gevallen waarin regels van een goede ruimtelijke ordening ‘misbruikt’ worden om een argumentatie ‘tegen’ op te bouwen.

De aanval op de speelpleinwerking in Lauwe, stad Menen, geldt hier als triest hoogtepunt. Maar ook heel wat boomhutten van creatieve en handige jongeren dienen het vaak te ontgelden.

Vandaag zitten we hier rond de tafel om kennis uit te wisselen inzake de problematiek van de jeugdkampen, jeugdlogie’s en jeugdverblijfplaatsen. Dat hier nood aan was, blijkt nog uit het verslag van de eerste Task-Force ‘zonering kampplaatsen’ van 7 juni laatsleden.
En toch, met de zomervakantie voor de deur kan ik u alvast goed nieuws brengen. Op 29 juni 2007 keurden we een wijziging goed van het eerder genomen ‘besluit van de Vlaamse Regering inzake zonevreemde functiewijzigingen’.

De aanleiding voor dit besluit was het vastleggen van een capaciteitsverhoging voor het plattelandstoerisme. Maar we hebben meteen ook van de gelegenheid gebruik gemaakt om meer mogelijkheden te creëren voor jeugdlogies en jeugdverblijfcentra.
Die worden zoals het in het besluit staat “nu ook mogelijk in gebouwen met als hoofdfunctie landbouw”.

Wat betekent dit in de praktijk?

In ieder vergund en niet-verkrot gebouw dat gelegen is in landbouwzone, kan in de toekomst één of andere vorm van jeugdlogies worden vergund. En dit ongeacht de activiteit van de aanvrager. Dus in de toekomst hoef je niet noodzakelijk meer het statuut van landbouwer te hebben om in landbouwzone een jeugdverblijfscentrum op te starten. (vroeger wel én zolang dit kaderde in een actieve hoeve, vgl hoevetoerisme).

Binnen het recent goedgekeurde besluit, geldt echter wel één restrictie. Het gebouw kan binnen het bouwvolume wel verbouwd, maar niet herbouwd of uitgebreid worden. Met andere woorden, de bestaande volumes moeten volstaan. Weliswaar aangepast aan de moderne noden van hygiëne en verblijscomfort.
Dames en Heren,

Ter ondersteuning van de jeugdwerking – in de brede zin van het woord – hebben we vanuit het beleidsdomein ruimtelijke ordening al heel wat regels verduidelijkt en aangepast. Denken we maar aan het besluit van 14 april 2000 betreffende de vrijstelling van stedenbouwkundige vergunningen, waardoor tijdelijke constructies zoals tenten bij een kamp geen stedenbouwkundige vergunningen meer nodig hebben. Denken we ook aan het decreet van 22 april 2005 dat het ‘recreatief medegebruik’ definitief wettelijk verankerd, zodat speelpleinwerking, maar ook de ondersteunende speelruimte en tijdelijke activiteiten rond jeugdlogies definitief rechtszekerheid hebben gekregen.

Er werden dus al heel wat stappen in de goede richting gezet. Maar het blijven eerste stappen. Binnen de regering werd afgesproken om de problematiek van de jeugdkampplaatsen, jeugdlogies en jeugdverblijfscentra in haar globaliteit aan te pakken. En daarin zal Ruimtelijke Ordening een belangrijke rol moeten spelen.

Hoe?

In eerste instantie moeten we de bestaande problemen exact in beeld brengen. Een uitgebreide inventaris met een overzicht van alle jeugdverblijven en een precieze omschrijving van de problemen is een absolute noodzaak:

- Ligt het jeugdverblijf binnen de juiste zone, is het maw niet zonevreemd gelegen ?
- Betreft het een vergunde of onvergunde constructie ?
- Hebben we te maken met een gebouw dat in aanmerking komt voor functiewijziging ?
- …

Dit zijn problemen die rechtstreeks die rechtstreeks te maken hebben met de goede (of minder goede) ruimtelijke ordening. Maar een accurate inventaris moet mijn inziens ook andere problemen in kaart brengen:

- Is het gebouw in orde met de brandveiligheid ?
- Is er eventuele hinder naar de omgeving toe?
- Is er andere regelgeving van toepassing ? (natuur, bos, VEN, vogel- en habitatrichtlijngebieden, landbouw, …)

Ik geef enkel maar enkele ideeën. Het vastleggen van welke gegevens er precies moeten worden opgenomen in deze inventaris … dat is volgens mij een belangrijke taak die is weggelegd voor de recent opgerichte Task force. Uiteraard zal mijn kabinet daar de volle medewerking aan verlenen. Net zoals dat ongetwijfeld ook het geval zal zijn bij mijn collega’s hier aanwezig.

Hoe dan ook, we zouden er moeten in slagen deze inventaris op korte termijn – maar daarom niet minder accuraat – samen te stellen. Het is immers een basisdocument voor de juridisch-planologische toets en de ruimtelijk afweging van bestaande jeugdverblijven.

En dat is wat mij betreft, de tweede stap in onze globale aanpak. De problemen detecteren is één, er een oplossing aan bieden is een ander paar mouwen.

Een beetje vooruitlopend op de inventaris, stel ik vanuit RO vast dat de jeugdverblijfscentra momenteel – grosso modo – in twee categorieën in te delen zijn: als eerste de zone-eigen maar niet vergunde jeugdverblijfscentra én als tweede die centra die zonevreemd zijn gelegen.

1. de zone-eigen jeugdverblijfscentra die geen juiste vergunning hebben

Dit zijn de jeugdverblijven die wel de juiste planologische bestemming (bvb woongebied of gebied voor verblijfsrecreatie) hebben maar waarvan ofwel de gebouwen en/of de functie niet vergund zijn.
In deze situatie kunnen aan het lokale schepencollege regularistievergunningen worden aangevraagd op basis van de zogenaamde “verenigbaarheid met de bestemming én de visie uit het structuurplan”. Eventueel kan voorafgaand ook een stedenbouwkundig attest worden aangevraagd.

Helaas zal dit niet altijd mogelijk zijn binnen een goede lokale ruimtelijke ordening. Lokale besturen dienen immers ook rekening te houden met andere factoren zoals bvb de draagkracht van de omgeving inzake omgevingshinder. Voor die gevallen moeten we ook op zoek naar een oplossing zoals een mogelijke herlokalisering ? Of andere niet-ruimtelijke maatregelen (geluidsisolatie, verkeerscirculatie …) waardoor de hinder wordt geminimaliseerd?

2. De huidige zonevreemde jeugdverblijven

Zoals ik bij het begin van mijn toelichting kwam te zeggen, werd voor deze categorie al een opening gecreëerd door in landbouwzone een regularisatie van een bestaand vergund gebouw mogelijk te maken. Daarmee zijn nu al heel wat jeugdverblijfscentra uit de nood geholpen.

Maar helaas bieden we hiermee geen antwoord op alle probleemsituaties. Want wat als men wenst uit te breiden of wat als het jeugdverblijf zonevreemd buiten landbouwgebied gelegen is?

Dan stelt zich de vraag of het jeugdverblijf op een goede plaats gesitueerd is. Een ruimtelijke afweging waarin we volgens mij in eerste orde de omgeving en in tweede orde de bestemming moeten laten meespelen, en waarbij de Task Force ook een grote rol moet spelen.

Afhankelijk van deze afwegingen, zullen sommige jeugdverblijven heil vinden in ruimtelijk uitvoeringsplannen of BPA’s die afhankelijk van geval per geval door gemeente, provincie of Vlaams gewest zullen moeten opgemaakt worden.

Ik geloof dus dat we voor veel jeugdverblijven een oplossing kunnen vinden, ook al zijn ze vandaag niet zone-eigen. Maar we moeten ons geen illusies maken … er zullen ook bestaande jeugdverblijven moeten verdwijnen. Maar die kunnen we compenseren door nieuwe verblijven.

Nieuwe verblijven in zone-eigen gebieden: woongebied, gebied voor verblijfsrecreatie, zones die specifiek voor jeugdlogies voorzien zijn én nu dus ook in bestaande gebouwen in agrarisch gebied.
Maar ik sta ook open voor nieuwe initiatieven.

Suggesties van nieuwe goede locaties, waar jeugdcentra momenteel niet vergunbaar zijn, zijn welkom. En daarvoor wil ik – uiteraard in overeenstemming met de structuurplannen – planningsinitiatieven rond nemen. Ik wil hierbij de Task force dan ook alvast uitnodigen suggesties te doen op basis van goed gedocumenteerde en concrete initiatieven.

Beste aanwezigen,

Ik rond af door te stellen dat het vandaag ongetwijfeld een leerrijke dag wordt. Vanuit ruimtelijke ordening hebben we in uitvoering van mijn beleidsnota en brieven al heel wat initiatieven genomen. Nu is het prioritair tot een goede inventarisatie te komen van de resterende knelpunten zodat de task-force kan komen tot een actiegericht richtingskader, dat we dan stapsgewijs op het juiste bestuursniveau kunnen concretiseren. En daarbij verzeker ik u nogmaals, net zoals mijn collega’s, de volle medewerking van mezelf en mijn medewerkers.

Ik dank U

woensdag 4 juli 2007

rapport-van-mechelen.jpg

rapport-van-mechelen-ii.jpg

vp-banner.jpg

wijzers-banner.jpg

Kort nieuws

  • Samen klinken op een succesvol 2009 (04 jan 2009)
  • Stad Antwerpen volgt Dirk Van Mechelen en sloopt Viaduct Noorderlaan (08 dec 2008)
  • Architect Jo Crepain staat centraal tijdens Open Monumentendag in Kapellen (03 sep 2008)
  • Dirk huldigt nieuwe Belgische kampioen Jumping (31 aug 2008)
  • Vlaams minister Dirk Van Mechelen reikt de Vlaamse Wapenbrieven uit (07 jul 2008)