Dirk Van Mechelen

Viceminister-president van de Vlaamse Regering

Vlaams minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening

B2B - Antwerp Giants

6 maart 2008,

Geachte aanwezigen,
Beste vrienden,

Vooreerst wil ik u bedanken voor de uitnodiging om hier vandaag het woord tot u te richten. En graag maak ik van deze gelegenheid gebruik – misbruik zullen sommigen misschien beweren – om het debat over de toekomst van onze Antwerpse regio aan te zwengelen. Om u allen hier aanwezig op te roepen om mee na te denken over onze stad, onze haven, onze regio, onze provincie. Om te herbronnen, om nieuwe uitdagingen aan te gaan, om plannen te ontwikkelen.

Antwerpen heeft enorm veel troeven en potentieel. Onze strategische ligging blijft een uitzonderlijke opportuniteit. Naast onze wereldhaven verdedigen we ook een koppositie in de diamanthandel én op het gebied van mode.
Kortom: Antwerpen is creatief en bruist.

Maar waar ligt onze ambitie? Willen we de grootste zijn? De sterkste? De machtigste? Gaan we voor een voortrekkersrol in Vlaanderen, een positie van Europees belang, of bouwen we de stad én regio zó uit dat ze een plaats verwerven op de wereldkaart?

Quo vadis Antwerpen? Dat is de vraag die ons de komende maanden moet bezighouden.
In de zoektocht naar de krijtlijnen van morgen vertrekken we gelukkig niet van nul. Er is de voorbije jaren al héél wat denkwerk verricht en veranderd in deze stad. Er is hard gewerkt. Veel op gang gebracht.

Dat geldt in de eerste plaats voor de stadskern van Antwerpen. Heel wat grote infrastructuurwerken zijn gerealiseerd, in volle uitvoering of zitten in de planningsfase. Denk bijvoorbeeld aan de heraanleg van de Leien, het nieuwe Justitiepaleis, de renovatie van de Antwerpse ring, Spoor Noord, het Operagebouw, het Eilandje, de uitbouw van de Singel en de bouw van het MAS. En uiteraard niet te vergeten de bouw van de sportinfrastructuur met onder meer de nieuwe topsporthal, de thuisbasis van onze gastheren van vanavond.

We investeerden als Vlaamse regering massaal om Antwerpen opnieuw op het juiste spoor te krijgen. En als het aan mij ligt, zullen we dat ook de komende jaren blijven doen.

Want naast de verdere ontwikkeling van de stadskern, moet er vooral geïnvesteerd worden in een betere mobiliteit en ontsluiting van Groot-Antwerpen. Antwerpen is immers geen eiland. Dat is ook de filosofie achter het multimodaal Masterplan Antwerpen.

Wie Antwerpen en de Antwerpse regio “mobiel” wil maken, trekt nu resoluut mee de kaart van dit plan dat garant staat voor een totaal investeringspakket van meer dan 3 miljard euro. Het is dan ook tijd om de achterhoedegevechten rond het Masterplan te stoppen.

Ook andere projecten die in de steigers staan, dienen hetzelfde doel; Antwerpen bereikbaar houden. Ik denk onder meer aan de bouw van Liefkenshoekspoortunnel (635 mio) waarvoor de Vlaamse regering eind maart het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan definitief kan goedkeuren, zodat eind april de bouwvergunning kan worden afgeleverd.

U ziet het: Antwerpen is een regio in volle transformatie. Het is een fantastisch laboratorium dat als geen ander de tijdsgeest van onze samenleving omvat, weerspiegelt en verwoordt.

Maar… alléén zullen we er niet geraken. We hebben netwerken en samenwerkingsverbanden nodig. Er moet met een open geest worden gezocht naar win-win situaties die de regio Antwerpen kunnen optillen tot een metropool van wereldformaat.

Dames en heren,

Ik zie die samenwerking alvast mogelijk op drie gebieden:
op ruimtelijk vlak
op intellectueel en creatief vlak en
op het vlak van tewerkstelling.

Misschien eerst iets over de ruimtelijke samenwerking waarin vooral onze haven een centrale rol speelt en moet blijven spelen.

Wie praat en denkt over Antwerpen, kan immers nooit genoeg het belang van onze haven benadrukken. De haven blijft bij uitstek de economische motor van het hele Vlaamse Gewest. Uit studies van de Nationale Bank blijkt dat de haven van Antwerpen niet minder dan 1/12de van de Vlaamse toegevoegde waarde realiseert.

Dat succes komt uiteraard niet vanzelf. Het is in de eerste plaats het resultaat van volgehouden inspanningen van de privé-sector die de goederenstromen genereert en de industriële productie op topniveau houdt.

Daarnaast speelt het flankerend beleid van de Vlaamse, provinciale en stedelijke overheid eveneens een doorslaggevende rol.
We kennen allemaal de voornaamste realisaties die ervoor gezorgd hebben en zorgen dat de Antwerpse haven de nodige ruimte en zuurstof krijgt. Ik denk in het bijzonder aan de realisatie van het Deurganckdok.

Vandaag ligt de kostprijs van dit dok onder vuur. Diegenen die het dossier van dichtbij volgen, weten echter beter. Tergende procedureslagen hebben veel geld gekost, maar de aanleg van het dok is hoe dan ook een succesvol voorbeeld geworden van de integratie van economische ambities en ecologische correcties, waarbij werd afgerekend met een historische ecologische schuld.

De lange politiek en ambtelijk voorbereide baggerwerken voor de verdieping van de Westerschelde, zorgen er eveneens voor dat de toekomst van de haven gevrijwaard wordt. En iedere Antwerpenaar weet, dat ook dit dossier bloed, zweet en tranen heeft gekost.

Twee voorbeelden, om te illustreren dat de haven niemand onberoerd laat, maar dat een verdere groei en een vrijwaring van de toekomst van de Antwerpse haven, onze aandacht constant zal blijven opeisen. Zeker binnen een steeds sneller globaliserende wereld waarin andere steden en regio’s staan te popelen om de status van Antwerpen als Metropool over te nemen.
In dat opzicht verwacht ik persoonlijk veel van het recent opgestarte platform dat de samenwerking voorbereidt in de “Rijn-Schelde”-delta. Deze bijzonder strategisch gelegen delta omvat de havensteden Rotterdam, Vlissingen, Gent, Zeebrugge en uiteraard Antwerpen als centrale spil.

Het zal moed vergen om voor dit gebied één globale visie te ontwikkelen. Wars van politieke of territoriale beperkingen. Maar ik stel met bijzonder groot genoegen vast, dat de gesprekken daarover met onze Noorderburen, bijzonder positief verlopen. Het is immers de bedoeling om via dit Rijn-Schelde-Delta-platform een havengebied te laten ontstaan dat zich op kan profileren als de grootste haven van de wereld. Een poort tot Europa.

Er rijst evenwel een ruimtelijk probleem. Zowel de stad als de provincie Antwerpen botsen immers tegen hun grens aan inzake ruimtelijke expansie. Uiteraard is er nog wel ruimte voor kantoren en kwalitatieve nieuwe woningen. Maar voor wat de ontwikkeling van bedrijventerreinen betreft, zijn de limieten bereikt.

Als Antwerpen wil groeien, moet het op het vlak van wonen, leven en ontspannen investeren binnen haar grenzen én moet het voor de ontwikkeling van bedrijven ook buiten de eigen regio durven kijken.
Daarom wil ik ook zeer nadrukkelijk een oproep doen om over de provinciegrenzen heen te zoeken naar samenwerking.
Antwerpen en het ruime hinterland verhouden zich immers als een Siamese tweeling. De ene kan niet zonder de andere. Om het belang van onze stad en regio als economisch hart van Vlaanderen te versterken, moeten we nu de hand uitsteken naar Limburg en Oost-Vlaanderen.

Het is mijn absolute overtuiging dat de provincie Limburg alle potentieel bezit om in de toekomst nog meer te gaan fungeren als strategische hinterlandregio, als extented gateway, voor de Mainport Antwerpen.

Daarom maken we met de Vlaamse regering versneld werk van de invulling en uitbouw van het Economisch Netwerk Albertkanaal. Talrijke uitvoeringsplannen zijn al goedgekeurd en opgestart om nieuwe bedrijvensites te bestemmen en te ontwikkelen. Bovendien werken we aan de herstructurering en inbreiding van bestaande bedrijventerreinen.

Langsheen de as Antwerpen-Kempen-Limburg is zo in totaliteit, bijna 900 hectaren extra bedrijventerrein voorzien. Op die manier willen we onze regio op de Europese kaart zetten, zorgen voor ruimte, toegevoegde waarde creëren, en vooral nieuwe en duurzame jobs aanbieden.
Met de aanleg van de tweede spoorontsluiting en de uitbouw van de IJzeren Rijn, en met een verbetering van de capaciteit van de E313 zal daarenboven ook de mobiliteitsproblematiek kunnen worden aangepakt. Enkel zo kunnen we voluit inzetten op multi-modaal vervoer en de logistieke as vormen die zowel de Antwerpse als Limburgse regio een bijkomende economische boost geeft.

Eenzelfde redenering en partnership gaat trouwens ook op voor Oost-Vlaanderen. Gouverneur Denijs hield reeds meermaals een vurig pleidooi voor de uitbouw van Oost-Vlaanderen als havenprovincie met bijzondere aandacht voor de logistieke capaciteiten van de regio. Vooral als potentiële vestigingsplaats voor distributiecentra, maar dan meer gericht op Zuid-Europa.

Ik ben het eens met die visie en hoop dat de Antwerpse politieke, maatschappelijke en economische actoren ook onze Oost-Vlaamse vrienden de hand reiken. Dit vergt een volwassen dialoog over het medebeheer van de Waaslandhaven, maar ook een grotere openheid over de mobiliteitsproblematiek. We zouden de Liefkenshoektunnel immers efficiënter kunnen verbinden met de E17.

Het moet wat mij betreft een correct debat worden over lusten en lasten. We moeten nu de krachten bundelen.

Dames en heren,
de tweede manier van strategische samenwerking is intellectueel en creatief van aard.

Onze hersenen kennen geen grenzen. Geen stadsgrenzen, maar ook geen landsgrenzen of provinciegrenzen.

Waar ligt de toekomst van het Antwerpse hoger onderwijs? Alléén in Antwerpen? Of proberen we uit te stijgen boven de landsgrenzen door netwerken aan te gaan met andere instellingen uit het buitenland? Waarom zou Antwerpen bijvoorbeeld niet kunnen komen tot een structurele samenwerking met één of meerdere Nederlandse universiteiten?

We moeten de wereld met open blik tegemoet treden. Dat internationaal denken de boodschap is. Daarom moeten we ervoor zorgen dat onze jongeren op jonge leeftijd leren dat de wereld hun “dorp” is en niet alleen het plein rond de kerktoren. Mijn generatie had zin, maar vaak niet de mogelijkheid, om de wereld te verkennen. Vandaag dreigt het omgekeerde…

We mogen dat niet laten gebeuren. Het is onze plicht om ervoor te zorgen dat jongeren een internationaal netwerk opbouwen. Om hen kennis te laten maken met hoe de wereld, en in het bijzonder de ondernemerswereld, denkt en handelt.
Een derde vorm van samenwerking tenslotte, die naadloos aansluit bij de tweede, heeft betrekking op onze arbeidsmarkt, op de nood aan competente en beschikbare arbeidskrachten.

De grootindustrie in het Antwerpse zal weldra naar schatting 1.500 nieuwe vacatures hebben. Voor de uitvoering van het Antwerpse Masterplan komen daar vanaf eind dit jaar nog eens vele honderden arbeiders bij. Als we dit optellen bij de geschatte indirecte tewerkstelling die de groei van de haven, de industrie en de infrastructuurwerken teweeg brengen, zal er de volgende vier jaar nood zijn aan niet minder dan 10.000 nieuwe werknemers.

Het invullen van deze enorme vraag naar arbeidskrachten is één van de grote economische uitdagingen de volgende jaren. En dit terwijl Antwerpen een werkloosheidspercentage heeft dat heel wat hoger ligt dan het Vlaams gemiddelde. Er zijn met andere woorden veel vacatures, maar ook, en nog teveel, werklozen.

Het oplossen van deze paradox vraagt een gerichte recruteringsstrategie bij groepen die tot nu toe onvoldoende bij de arbeidsmarkt betrokken waren: allochtonen en 50-plussers.

Daarenboven zitten we in Antwerpen met een zeer specifieke situatie.
De eigenheid van onze economische en industriële sector maakt dat we in het bijzonder nood zullen hebben aan gedegen technische kennis. Niet alleen op basisniveau, maar ook en misschien zelfs vooral op topniveau.

Er is in onze regio, nu de babyboomers de arbeidsmarkt gaan verlaten, duidelijk ook een tekort aan hooggespecialiseerde maar toch praktijkgerichte technische kennis. Ik denk alleen maar aan de vraag vanuit de havenbedrijven, de automobielsector en de chemische industrie.

Het is daarom absoluut de moeite waard en economisch noodzakelijk om in Antwerpen een aparte universitaire faculteit uit te bouwen voor Industrieel Ingenieurs. We hebben nood aan technische opleidingen op het hoogste niveau. In Vlaanderen, maar zeer zeker ook in Antwerpen.

Dames en Heren,

Ik ben ervan overtuigd dat we snel en efficiënt moeten denken, handelen en beslissen.
– net zoals de spelers van Antwerp Giants op het bastketbalveld –

Dat we meer oog moeten hebben voor duurzame economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Dat we al ons beschikbaar talent moeten aanspreken, stimuleren en begeleiden.
– net zoals de clubleiding van de Antwerp Giants dat doet –

We staan met andere woorden voor grote uitdagingen, maar dit betekent ook voor grote opportuniteiten. De samenleving verwacht van ons allen hier aanwezig, dat we het kader ontwikkelen voor verantwoorde groei, voor de opbouw van welvaart en het veiligstellen van ons welzijn over de generaties heen.

Laat ons daar samen over in debat treden en samen de bakens van de toekomst uitzetten…
- of zo u wil, een sublieme verdediging, spelverdeling en aanval in stelling brengen met de ultieme driepunter als streefdoel –

Ik dank u !

donderdag 6 maart 2008

rapport-van-mechelen.jpg

rapport-van-mechelen-ii.jpg

vp-banner.jpg

wijzers-banner.jpg

Kort nieuws

  • Samen klinken op een succesvol 2009 (04 jan 2009)
  • Stad Antwerpen volgt Dirk Van Mechelen en sloopt Viaduct Noorderlaan (08 dec 2008)
  • Architect Jo Crepain staat centraal tijdens Open Monumentendag in Kapellen (03 sep 2008)
  • Dirk huldigt nieuwe Belgische kampioen Jumping (31 aug 2008)
  • Vlaams minister Dirk Van Mechelen reikt de Vlaamse Wapenbrieven uit (07 jul 2008)