Bakens verzetten
24 januari 2008,
Geachte aanwezigen,
Beste vrienden,
Hartelijk welkom op deze nieuwjaarscocktail in de marmeren zaal, hier, in het hart van Antwerpen. Zoals het woord het zegt, heeft een nieuwjaars-cocktail een dubbel doel. Vooreerst wil ik u mijn allerbeste wensen aanbieden voor het nieuwe jaar. Bovendien is dit een goede gelegenheid om samen het glas te heffen op onze vriendschap en samenwerking.
Beste vrienden,
Vandaag voer ik het woord, maar ik neem mij voor om de volgende 322 dagen vooral naar jullie te luisteren.
Vorig jaar – ongeveer rond deze tijd – publiceerde ik een eerste rapport over de federale overheidsfinanciën. Bij jullie vertrek straks bieden we een exemplaar aan van mijn tweede rapport onder de titel “Fundamenten voor Vlaanderen”. Het omschrijft het financiële- en begrotingsbeleid van Vlaanderen in de periode 1999-2009. Tien jaar. Dat is een decennium overheidsfinanciën onder leiding van Patrick Dewael en mezelf. Het vertelt het verhaal van de afbouw van onze Vlaamse overheidsschuld, van een doorgedreven anti-cyclisch investeringsbeleid en van een fiscale politiek die een economische dynamiek op gang brengt. Beschouw dit rapport als een handige steekkaart. Als een overzicht van 10 jaar consequent Vlaams begrotingsbeleid.
Het derde deel uit deze reeks wil ik U volgend jaar voorstellen. Het zal gaan over Antwerpen. Ik wil deze Nieuwjaarsdrink gebruiken om het debat over de toekomst van onze Antwerpse regio aan te gaan. Net zoals ik reeds deed met mijn boekje “Toekomst in zicht. De Antwerpse economie als hefboom voor Vlaamse welvaart” (dat ik schreef in het voorjaar 2004). Voortdurend herbronnen, nadenken, nieuwe uitdagingen zo scherp mogelijk inschatten, plannen ontwikkelen : voor de stad, de haven, de provincie. Antwerpen als smeltkroes. Als knooppunt. Als bron van inspiratie.
Wie praat en denkt over Antwerpen, hoeft niet ver te zoeken om troeven te vinden. Onze strategische ligging blijft een uitzonderlijke opportuniteit. De Schelde, zonder dewelke Antwerpen letterlijk en figuurlijk zou opdrogen. En natuurlijk haar haven die bij uitstek de economische motor is van stad, provincie en het hele Vlaamse Gewest.
De Antwerpse haven is een wereldhaven. Dankzij de volgehouden inspanningen van het voorbije decennium legt de haven vandaag uitstekende resultaten voor. Honderd jaar geleden werd er in Antwerpen circa 8 miljoen ton goederen overgeslagen. Vandaag realiseert de haven maar liefst 183 miljoen ton. Qua tonnage is Antwerpen, in de ranking van containerhavens, de derde grootste haven in Europa en op wereldvlak neemt ze een 14de plaats in. Het succes van de haven drukt zich niet alleen uit in containers, maar ook steeds meer in toegevoegde waarde. Uit studies van de Nationale Bank blijkt dat de haven van Antwerpen 1/12de van de Vlaamse toegevoegde waarde realiseert.
Dat succes komt niet vanzelf. Het is in de eerste plaats het resultaat van vele volgehouden inspanningen van de privé-sector die met haar inspanningen goederenstromen genereert en de industriële productie op topniveau houdt. Daarnaast speelde het flankerend beleid van de Vlaamse, provinciale en stedelijke overheid een doorslaggevende rol. We kennen uiteraard de voornaamste realisaties die ervoor gezorgd hebben en zorgen dat de Antwerpse haven de nodige ruimte en zuurstof krijgt. Ik denk in het bijzonder aan de realisatie van het Deurganckdok.
Vandaag ligt de kostprijs van dit dok onder vuur. Diegenen die het dossier echter van dichtbij volgden, weten beter. Vanzelfsprekend heeft de tergende procedureslag geld gekost. Maar de aanleg van het dok is een succesvol voorbeeld geworden van de integratie van economische ambities en ecologische correcties, waarbij werd afgerekend met een historische ecologische schuld. Aan jullie en het Havenbedrijf om te bewijzen dat een verdere - weliswaar duidelijk begrensde - uitbreiding, inclusief een tweede sluis ter ontsluiting van de Waaslandhaven, niet alleen een noodzaak, maar ook en vooral een verantwoorde investering is!
De lange politiek en ambtelijk voorbereide baggerwerken voor de verdieping van de Westerschelde zorgen er eveneens voor dat de toekomst van de haven gevrijwaard wordt. Iedere Antwerpenaar weet wat voor bloed, zweet en tranen dit dossier heeft gekost en wie de motoren waren achter dit project. Mijn welgemeende dank bij deze aan Gouverneur Camille Paulus, aan voormalig havenschepen Leo Delwaide, aan huidig schepen Van Peel, en aan de voorzitter van de Task force : Wivina De Meester.
De groei en de toekomst van de haven laten niemand onberoerd. De discussies zijn geladen en nog lang niet voltooid.
In dat opzicht verwacht ik veel van het recent opgestarte platform dat de samenwerking voorbereidt in de “Rijn-Schelde”-delta. Deze bijzonder strategisch gelegen delta omvat de havensteden Rotterdam, Vlissingen, Gent, Zeebrugge en uiteraard Antwerpen. Een gebied dat zich op wereldniveau kan profileren als de grootste haven van de wereld.
Een poort tot Europa, gelegen in een uniek grensoverschrijdend landschapspark. Het vraagt moed om voor dit gebied één globale ruimtelijke visie te ontwikkelen. Wars van politieke of territoriale beperkingen.
Ik stel met bijzonder groot genoegen vast, dat de gesprekken daarover met onze Noorderburen, bijzonder positief verlopen. Via dit Rijn-Schelde-Delta-platform ontstaat zo een rechtstreekse, duurzame lijn tussen Vlaanderen en Nederland.
Dames en heren,
Ondanks de uitstekende economische resultaten en de op stapel staande investeringsplannen, is de ontwikkeling tot wereldhaven echter géén automatische garantie voor de uitbouw van een wereldstad. Durven we stellen dat Antwerpen een wereldhaven heeft, maar nog geen wereldstad is?
Er woedt een mondiale strijd tussen grote havensteden. Niet alleen om de grootste haven te worden, maar ook en vooral om een attractieve stad te zijn voor werknemers en ondernemers vanuit de hele wereld. Belangrijke succesfactoren blijken daarbij grote infrastructuurwerken te zijn, gecombineerd met stedenbouwkundige programma’s die zorgen voor een link met cultuur en wonen. Opvallend blijkt ook het cruciale belang van schaalvergroting. Het volstaat niet om alleen de kernstad op te knappen, er moet ook zwaar geïnvesteerd worden in de ruime rand er omheen.
Waar ligt onze ambitie?
Willen we de grootste zijn?
De sterkste?
De machtigste?
Gaan we voor een voortrekkersrol in Vlaanderen?
Kiezen we voor een positie als stad van Europees belang?
Of bouwen we stad én regio zó uit dat ze een plaats verwerven op de wereldkaart ?
Antwerpen heeft enorm veel potentieel. Naast onze haven zijn we wereldleider in diamant en een klassespeler op het gebied van mode.
’t Stad is creatief en bruist. Maar volstaat dit om onze stad te laten fonkelen in de stedenzee van West-Europa? De concurrentie om bewoners én investeerders is vandaag ontzettend hard. Er staan genoeg kandidaten klaar om de plaats van een historische metropool als Antwerpen zonder schroom over te nemen.
Quo vadis Antwerpen? Dat is de vraag die ons de komende maanden bezighoudt.
In de zoektocht naar de krijtlijnen van morgen vertrekken we gelukkig niet van nul. Er is de voorbije jaren al héél wat denkwerk verricht en veranderd in deze stad. Er is hard gewerkt. Goed samengewerkt. Veel op gang gebracht.
Dat geldt in de eerste plaats voor de stadskern van Antwerpen. Heel wat grote infrastructuurwerken, nodig voor de stadsontwikkeling, zijn gerealiseerd, in volle uitvoering of zitten in de planningsfase. Veel is te danken aan de volgehouden inspanningen van heel wat aanwezigen hier vanavond. Denk bijvoorbeeld aan de heraanleg van de Leien, het nieuwe Justitiepaleis, de renovatie van de Antwerpse ring, Spoor Noord, het Operagebouw, het Eilandje, de uitbouw van de Singel en de bouw van het MAS.
Als Antwerps minister kreeg ik een sleutelpositie in de Vlaamse regering om Antwerpen mee uit het dal van decennialange desinvesteringen te trekken. We investeerden gezamenlijk en massaal om Antwerpen op het juiste spoor te krijgen. En als het aan mij ligt, zullen we dat ook de komende jaren blijven doen.
Naast de verdere ontwikkeling van de stadskern, moet er vooral geïnvesteerd worden in een betere mobiliteit en ontsluiting van Groot-Antwerpen. Antwerpen is geen eiland. De oude stadsmuren zijn nog slechts symbolen van het verleden. Het verbeteren van de leefbaarheid, het uitbouwen van het openbaar vervoer, het vinden van een evenwichtig aanbod voor autobereikbaarheid en het efficiënt gebruiken van de spoorwegcapaciteit vraagt gedurfde en soms ook moeilijke keuzes.
Maar dit is nu juist de filosofie achter het multimodaal Masterplan Antwerpen, opgesteld onder leiding van gouverneur Paulus. Wie Antwerpen en de Antwerpse regio “mobiel” wil maken, trekt nu resoluut mee de kaart van dit plan. Het staat garant voor een totaal investeringspakket van meer dan 3 miljard euro. Vlaanderen onderschreef een eigen vermogen van 822,2 miljoen euro dat bijna volledig volstort is. Dit moet het mogelijk maken om het Masterplan integraal uit te voeren. Dus naast de omvangrijke wegenwerken, ook de aanpak van de sluizen en bruggen, en de investeringen in het openbaar vervoer.
Beste vrienden,
Het is dan ook hoog tijd om de achterhoedegevechten hierover stop te zetten. Er is geen tijd meer te verliezen. Nu alle discussies en vraagtekens rondom het opzet zijn uitgeklaard, moeten we de daad bij het woord voegen. Wie om redenen van politiek of eigenbelang de mobiliteit van Antwerpen op de helling zet, draagt een levensgrote verantwoordelijkheid. De tijd van twijfelen is voorbij. Nodeloze, dure en tijdrovende procedures kunnen we echt missen als kiespijn!
Ook de andere projecten die in de steigers staan hebben datzelfde doel. Ik denk onder meer aan de bouw van Liefkenshoekspoortunnel (635 mio). De Vlaamse regering zal eind maart het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan definitief kunnen goedkeuren. Vandaag werd de bouwaanvraag ingediend. Eind april kan de bouwvergunning worden afgeleverd, zodat niets de bouw nog in de weg staat.
U ziet het: Antwerpen is een regio in volle transformatie. Het is een fantastisch laboratorium. Antwerpen stad omvat, weerspiegelt en verwoordt als geen ander de tijdsgeest van onze samenleving. Het is bij uitstek de plaats om te experimenteren met nieuwe vormen, concepten, stijlen en functies.
Maar… als stad alléén zullen we er niet geraken. We hebben netwerken en samenwerkingsverbanden nodig. Er moet meer dan ooit met een open geest worden gezocht naar win-win situaties die Antwerpen optillen tot een metropool van wereldformaat.
Beste vrienden,
ik zie samenwerking mogelijk op drie gebieden:
op ruimtelijk vlak
op intellectueel en creatief vlak en
op het vlak van tewerkstelling.
Misschien eerst iets over de ruimtelijke samenwerking.
Zowel de stad als de provincie Antwerpen botsen tegen hun limieten wat ruimtelijke expansie betreft. Uiteraard is er nog ruimte voor kantoren en kwalitatieve nieuwe woningen. Antwerpen werkt terecht aan het omkeren van de stadsvlucht en het aantrekken van jonge tweeverdieners. Dit is ook een zege voor de groene rand en long rond de stad, waar de speculatieve druk verlicht wordt.
Maar voor wat de ontwikkeling van bedrijventerreinen betreft, zijn dan weer de limieten bereikt.
Als Antwerpen wil groeien, moet het op het vlak van wonen, leven en ontspannen investeren binnen haar grenzen én moet het voor de ontwikkeling van bedrijven ook buiten de eigen regio durven kijken.
Daarom wil ik zeer nadrukkelijk een oproep doen om over de provinciegrenzen heen te zoeken naar samenwerking.
Antwerpen en haar ruime hinterland verhouden zich immers als een Siamese tweeling. De ene kan niet zonder de andere. Om het belang van onze stad als economisch hart van Vlaanderen te versterken, moeten we nu de hand uitsteken naar Limburg en Oost-Vlaanderen. Bouwen aan een volwaardig partnerschap. Stedelijke netwerken uitbouwen met evenwichtige ruimtelijke keuzes.
Het is mijn absolute overtuiging dat de provincie Limburg alle potentieel bezit om in de toekomst nog meer te gaan fungeren als strategische hinterlandregio voor de Mainport, als extented gateway.
Daarom maken we met de Vlaamse regering versneld werk van de invulling en uitbouw van het Economisch Netwerk Albertkanaal. Er zijn inmiddels talrijke uitvoeringsplannen goedgekeurd en opgestart om nieuwe bedrijvensites te bestemmen en te ontwikkelen. We werken bovendien aan de herstructurering en inbreiding van bestaande bedrijventerreinen. Langsheen de as Antwerpen-Kempen-Limburg is in totaliteit bijna 900 hectaren extra bedrijventerrein voorzien. Op die manier willen we onze regio op de Europese kaart zetten maar vooral zorgen voor ruimte om toegevoegde waarde te creëren, om nieuwe en duurzame jobs aan te bieden. Antwerpen-Limburg als poort op de nieuwe, verruimde Europese Unie.
Daarom zal ik bij de lopende herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, tegemoet de regio Genk formeel erkennen als logistieke poort.
Met de aanleg van de tweede spoorontsluiting en de uitbouw van de IJzeren Rijn, en met een verbetering van de capaciteit van de E313 zal ook de mobiliteitsproblematiek kunnen worden aangepakt. Enkel zo kunnen we voluit inzetten op multi-modaal vervoer en de logistieke as vormen die deze regio’s een bijkomende economische boost geeft.
Mijnheer de Gouverneur van Oost-Vlaanderen, goede vriend Andre, eenzelfde oproep wil ik ook richten aan u.
Ik heb met veel aandacht uw nieuwjaarsverklaring gelezen waarin u een vurig pleidooi hield voor de uitbouw van Oost-Vlaanderen als havenprovincie. U wees eveneens op het belang van de uitbouw van de logistieke capaciteiten van uw regio. Vooral als potentiële vestigingsplaats voor distributiecentra, maar dan meer gericht op Zuid-Europa. Ik ben het eens met die visie. Ik ben van mening dat de Antwerpse politieke, maatschappelijke en economische actoren ook jullie de hand moeten reiken. Dit vergt een volwassen dialoog over het medebeheer van de Waaslandhaven, maar ook een grotere openheid over de mobiliteitsproblematiek. We zouden de Liefkenshoektunnel immers efficiënter kunnen verbinden met de E17…
Het moet wat mij betreft een correct debat worden over lusten en lasten.
Beste gouverneurs, maak samen met alle partners duidelijke afspraken over verregaande bestuurlijke, administratieve en economische samenwerking. We moeten nu de krachten bundelen.
Dames en heren, de tweede manier van strategische samenwerking is intellectueel en creatief van aard.
Onze hersenen kennen geen grenzen. Geen stadsgrenzen, maar ook geen landsgrenzen of provinciegrenzen.
Enkele maanden geleden, bij de opening van het academiejaar van de Associatie Universiteit en Hogeschool Antwerpen bepleitte ik reeds een pro-actieve aanpak over de positionering van de Antwerpse associatie en haar instellingen in het Vlaamse en Europese onderwijslandschap.
Waar ligt de toekomst van het Antwerpse hoger onderwijs? Alléén in Antwerpen? Kiezen we in het Vlaamse hoger onderwijslandschap voor een stand alone? Of proberen we uit te stijgen boven de landsgrenzen door netwerken aan te gaan met andere instellingen uit het buitenland? Waarom zou Antwerpen niet kunnen komen tot een structurele samenwerking met één of meerdere Nederlandse universiteiten?
Beste vrienden, de kernboodschap van mijn oproep tot intellectuele samenwerking is dat we out of the box moeten durven denken. Dat we de wereld met open blik moeten bekijken. Dat we best beseffen dat investeren in creatieve en open geesten rendeert voor de samenleving als geheel. Dat internationaal denken de boodschap is.
Als we een speler willen zijn in de 21ste eeuw, moeten we ervoor zorgen dat onze “young potentials” daarop zijn voorbereid. Dat ze op jonge leeftijd leren dat de wereld hun “dorp” is en niet alleen het plein rond de kerktoren. Dat ze gewapend zijn met een internationaal blikveld om de uitdagingen van morgen aan te gaan. Mijn generatie had zin, maar vaak niet de mogelijkheid, om de wereld te verkennen. Vandaag dreigt het omgekeerde…
We mogen dat niet laten gebeuren. Het is onze plicht om ervoor te zorgen dat jongeren een internationaal netwerk opbouwen. Om hen kennis te laten maken met hoe de wereld denkt en handelt.
Beste vrienden,
Een derde en laatste vorm van samenwerking, die naadloos aansluit bij de tweede, heeft betrekking op onze arbeidsmarkt, op de nood aan competente en beschikbare arbeidskrachten.
De grootindustrie in het Antwerpse zal weldra naar schatting 1.500 nieuwe vacatures hebben openstaan. Voor de uitvoering van het Antwerpse Masterplan komen daar vanaf eind dit jaar nog eens vele honderden arbeiders bij. Als we dit optellen bij de geschatte indirecte tewerkstelling die de groei van de haven, de industrie en de infrastructuurwerken teweeg brengen, zal er de volgende vier jaar nood zijn aan niet minder dan 10.000 nieuwe werknemers.
Het invullen van deze enorme vraag naar arbeidskrachten is één van de grote economische uitdagingen de volgende jaren. En dit terwijl Antwerpen een werkloosheidspercentage heeft dat heel wat hoger ligt dan het Vlaams gemiddelde.
Er zijn met andere woorden veel vacatures, maar ook, en nog teveel, werklozen.
Het oplossen van deze paradox vraagt een gerichte recruteringsstrategie bij groepen die tot nu toe onvoldoende bij de arbeidsmarkt betrokken waren: allochtonen en 50-plussers. Het vergt eveneens meer flexibiliteit, opleiding en coaching. Een paar jaar geleden werd door de Antwerpse partners een actieplatform opgericht dat bedrijven, sectoren, VDAB en stad samenbracht met als doel vacatures en werkzoekenden te matchen.
We zullen nu de daad bij het woord moeten voegen. Met deze samenwerkingsgerichte aanpak tekende Antwerpen de krijtlijnen uit voor een modern arbeidsmarktbeleid. Maar dit uitstekend platform mag zich niet tot Antwerpen alleen.
Ik wil graag besluiten met een specifieke oproep.
De eigenheid van onze economische en industriële groei maakt dat we in het bijzonder nood zullen hebben aan gedegen technische kennis. Niet alleen op basisniveau, maar ook en misschien zelfs vooral op topniveau. Er is in onze regio, nu de babyboomers de arbeidsmarkt gaan verlaten, duidelijk een tekort aan hooggespecialiseerde maar toch praktijkgerichte technische kennis. Ik denk alleen maar aan de vraag vanuit de havenbedrijven, de automobielsector en de chemische industrie.
Het is daarom absoluut de moeite waard en economisch noodzakelijk om in Antwerpen een aparte universitaire faculteit uit te bouwen voor Industrieel Ingenieurs.
We hebben nood aan technische opleidingen op het hoogste niveau. Niet alleen in Antwerpen, maar in heel Vlaanderen.
Dames en Heren,
U weet dat ik eerder een man ben van daden en niet van veel woorden. Misschien heb ik daar vanavond wel een uitzondering op gemaakt.
Ik ben ervan overtuigd dat we sneller en efficiënter moeten denken, handelen en beslissen over die vraagstukken die onze toekomst zullen bepalen. Dat we meer oog moeten hebben voor duurzame economische en maatschappelijke ontwikkelingen.
Dat we alle beschikbare talent moeten aanspreken, stimuleren en begeleiden om hun plaats in onze maatschappij in te nemen.
We staan met andere woorden voor grote uitdagingen, maar dit betekent ook voor grote opportuniteiten.
De samenleving verwacht van ons allen hier aanwezig, dat we de bakens uitzetten, het kader ontwikkelen voor verantwoorde groei, voor de opbouw van welvaart en het zo veilig stellen van ons welzijn over de generaties heen.
Ik dank u voor uw aandacht en laten we dan nu samen het glas van de vriendschap drinken.
Dirk Van Mechelen
Viceminister-president van de Vlaamse regering
en minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening.
donderdag 24 januari 2008




