Dirk Van Mechelen

Viceminister-president van de Vlaamse Regering

Vlaams minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening

Ontmoetingsdag “Optimaliseringsproject” RO Vlaanderen

31 januari 2008,

Geachte dames en Heren

Daarnet kreeg u van de heren Van Acker en Kolacny een uitgebreide briefing over de stand van zaken aangaande het optimaliseringsproject binnen het agentschap RO Vlaanderen. Met een overvloed aan moeilijke schema’s, organigrammen, tekening en zelfs foto’s. Ik ga het ietwat korter en simpeler houden maar wil van deze gelegenheid toch gebruikmaken om iedereen die zijn schouders onder dit project heeft gezet, momenteel zet of in de toekomst zal zetten, van harte te danken voor de inspanningen.

Een organisatiestructuur hertekenen is immers geen evidentie. Er moet constant rekening worden gehouden met en aandacht besteed worden aan de “menselijke factor”. Dat die – vaak lange – weg niet zonder hindernissen en uitdagingen is, weten we allemaal.

Maar het uiteindelijke doel is gemeenschappelijk: een vlot werkend agentschap dat functioneert als een dienstverlenende partner en waar een bedrijfscultuur heerst waarin talenten kunnen gedijen en zich ten volle kunnen ontwikkelen.

Dat we daarin als Vlaamse overheid al een lange weg hebben afgelegd, mag duidelijk zijn en kan ik zelf getuigen.
Toen ik in 1999 als minister van Economie aantrad bijvoorbeeld, had ik een departement EWBL. De leidende ambtenaar werd aangestuurd door vier ministers. Namelijk die van Economie, Werkgelegenheid, Binnenlandse Aangelegenheden en Landbouw. Knecht zijn van twee meesters is al niet evident, laat staan van vier.

Inmiddels is er met het project Beter Bestuurlijk Beleid werk gemaakt van een professionalisering van alle entiteiten. Met ook oog voor de interne kwaliteitszorg. Zorg die aantoonbaar moet bijdragen aan de kwaliteit van het leven van onze burgers en moet tegemoetkomen aan diens vragen en behoeften.

Dat dit een voortdurend proces is, mag duidelijk zijn. Het is een proces van continue verandering. En het invoeren van verandering in organisaties gaat vaak tegen (soms onbewuste) gevestigde orde of belangen in. Het zou echter de wens moeten zijn van iedereen om mee te stappen in noodzakelijke veranderingsprocessen.

Dat vergt meestal veel tijd en overleg en een continu proces van aanpassingen, ondersteuning en gerichte aandacht van het management. Vermoedelijk nog meer binnen een organisatie als de Vlaamse overheid dan in een bedrijf.

In dit kader verwijs ik dan ook graag naar een recent OESO-rapport dat door het College van Ambtenaren-Generaal geanalyseerd werd. Op heel wat domeinen geeft het rapport aan, dat de Vlaamse overheid relatief goed scoort omdat het een consistente set van management-hervormingen heeft doorgevoerd en reeds in een mature fase van de implementatie van die hervormingen lijkt te zijn.
Maar er is uiteraard verbeterpotentieel. En het College van Ambtenaren-Generaal stelde dan ook een nota op waarbij vooral een verbetering van het Human resource Management centraal staan. “De overheid uitgedaagd … 10 sporen naar een efficiëntere en effectievere Vlaamse overheid”, is de titel van de uitgebreide nota, waarvan wij de aanbevelingen zeker ter harte zullen nemen.

Dames en heren,

Zoals u weet wordt er niet enkel werk gemaakt van meer efficiëntie en effectiviteit binnen het agentschap, maar wordt datzelfde doel ook nagestreefd binnen het algemeen beleidskader dat ik uitstippel. Zowel de herziening op korte en lange termijn van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen als de herziening van het decreet Ruimtelijke Ordening kaderen daar in.

De herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen wordt uiteraard in samenspraak met het departement RWO uitgewerkt, maar zal in een latere fase ongetwijfeld ook effecten hebben op het agentschap. Hetzelfde geldt voor de herziening van het decreet RO betreft. Op de rol die het agentschap daarin kan of moet spelen, licht ik straks even toe.

De Vlaamse regering bereikte recent alvast een concensus over mijn visietekst aangaande de wijziging van het decreet RO. De aanpassingen die daarin vervat zitten, hebben – naast een aantal politieke beleidsopties – vooral de bedoeling grote en kleine technische knelpunten uit het decreet te halen.
Die bijstellingen moeten zowel het leven van de burgers, gemeentelijke overheden als dat van jullie wat aangenamer maken. Vooral via het aanzienlijk terugschroeven van de planlast.

Ik denk daarbij onder meer aan het gegeven dat de vergunningsplicht in sommige gevallen zal vervangen worden door een meldingsplicht, de integratie van vergunningsprocedures, het afstemmen op mekaar van stedenbouwkundige en milieuprocedures, de afschaffing van jaarverslagen of het feit dat gemeenten in de toekomst ook één gezamenlijk structuurplan kunnen opmaken.

Met de decretale aanpassing maar vooral door het ingezette proces inzake de ontvoogding van gemeenten, wordt de Vlaamse administratie meer en meer een coachende en dienstverlenende partner naar de steden, gemeenten en burgers toe. Dit in de plaats van een belerende overheid en administratie die in de ogen van de burgers snel het vingertje in de hoogte stak.

Zoals in 1962 toen het parlement de eerste grote stedenbouwwet goedkeurde, en de overheid ervan uit ging dat “Brussel” alle wijsheid in pacht had. U weet wel, die wet waardoor gemeenten enkel bouwvergunningen en verkavelingsvergunningen mochten afgeven nadat een door de minister aangestelde ambtenaar zijn zegen had gegeven. Deze “gemachtigde ambtenaar” van stedenbouw heeft de afgelopen 45 jaar een prominente rol gespeeld.

Mijn voorganger, minister Baldewijns besliste in 1997-1998 dat dit systeem uit de tijd was. Een terechte beslissing.
Gemeenten waren sinds de fusies immers groter geworden en konden meer en meer teruvallen op een professionelere omkadering van het eigen personeel. Met andere woorden, de tijd was rijp om ze meer zelfstandigheid inzake ruimtelijke ordening te geven. Dat is wat het decreet uit 1999 deed, en dat is ook wat de op stapel staande aanpassingen beogen.

Daarenboven hebben we de jongste jaren ook een aantal vereenvoudigingen in de procedures doorgevoerd. (bvb vrijstelling van vergunning voor kleine werken, terugschroeven advies gemachtigde ambtenaar …) Met als gevolg dat de gemeenten nu reeds 80% van alle vergunningen zelf kunnen afleveren. En daarbij kunnen we gerust stellen dat ze zowel het werk als hun verantwoordelijkheid ter harte nemen.

Dat is bijvoorbeeld af te leiden uit het feit dat van alle op gemeentelijk niveau verleende vergunningen, gemiddeld slechts 1,5% wordt geschorst. In tegenstelling tot wat sommigen beweerden, zijn de gemeenten terdege in staat om kwalitatieve beslissingen te treffen.

Inzake de effectieve ontvoogding van die gemeenten ligt er voor jullie nog behoorlijk wat werk op de plank. Om uiteindelijk tot een ontvoogding van alle gemeenten in Vlaanderen te komen, reken ik alvast op het “Vlaams actieplan ontvoogding”.

Eind 2007 hadden slechts 130 gemeenten een plannenregister. Inzake vergunningenregisters is de achterstand nog veel groter met slechts 40 gemeenten die reeds over dergelijk register beschikken.

Het mag dan ook duidelijk zijn dat vooral het wegwerken van de achterstand inzake deze twee ontvoogdingsvoorwaarden in het actieplan prioritaire aandacht moeten krijgen. Een eerste stap daartoe kan liggen in de opwaardering van de relatie tussen het agentschap en de gemeenten.

Meer duidelijke communicatie over behandelingstermijnen en aanspreekpunten is daarbij essentieel. Net als acties die het vergroten van het lokaal politiek draagvlak voor de ontvoogding tot doel hebben en de nodige ondersteuning kunnen bieden aan de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren via een in 2008 uit te bouwen ‘lerend netwerk’.

Daarenboven verwacht ik vanuit het agentschap op korte termijn een kritische analyse van alle lopende processen. Dit met de bedoeling de knelpunten te detecteren en zo spoedig mogelijk te remediëren. Indien uit die analyse blijkt dat er hiervoor reglementaire inspanningen nodig zijn op het vlak decreet, besluiten of dienstorders verwacht ik snel concrete voorstellen. Het is immers nu dat het moet gebeuren.

Laat ons daar samen werk van maken zodat in de toekomst alle inspanningen effectief kunnen geconcentreerd worden op de ontvoogding van onze Vlaamse gemeenten.

Dames en Heren,

Als besluit wil ik graag ook nog een woordje zeggen over de banden die reeds lang bestaan tussen Ruimtelijke Ordening en de zorg voor ons onroerend erfgoed. Dankzij concrete resultaten die in diverse dossiers en verschillende projecten worden geboekt, ben ik ervan overtuigd dat de wederzijdse koudwatervrees die af en toe nog wat bestaat, op korte termijn wel zal verdwijnen.

Wat mij betreft is het immers essentieel dat die wisselwerking tussen onroerend erfgoed en ruimtelijke ordening niet alleen wordt gehandhaafd, maar zelfs nog wordt versterkt. Bijvoorbeeld via het instrument van de ankerplaatsen en de erfgoedlandschappen. Die zorgen ervoor dat de intrinsieke erfgoedwaarde van een bepaalde zone binnen het globale afwegingskader van de ruimtelijke ordening terechtkomt.

Op dat vlak kunnen we nog stappen zetten, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat onroerend erfgoed steeds wordt meegenomen in de ontwikkeling van een ruimtelijk structuur- of uitvoeringsplan, op welk niveau ook.

Samenwerking is nodig en biedt ook de gelegenheid om mekaars uitdagingen, noden en behoeften beter te begrijpen en er rekening mee te houden bij de beoordeling van dossiers.

Voor de entiteit onroerend erfgoed heeft de operatie Beter Bestuurlijk Beleid gezorgd voor een uitgebreide structuur. Met naast het Agentschap R-O, ook het VIOE en het Departement RWO. Die taakverdeling mocht dan op papier wel logisch lijken, in de praktijk is dat niet altijd het geval. Ook op dat vlak resten er nog grote uitdagingen.

Dames en Heren,

Nogmaals dank voor de reeds geleverde inspanningen. En mag ik iedereen vragen om op de ingeslagen weg van efficiënte, effectiviteit en samenwerking verder te gaan.

Ik dank U

donderdag 31 januari 2008

rapport-van-mechelen.jpg

rapport-van-mechelen-ii.jpg

vp-banner.jpg

wijzers-banner.jpg

Kort nieuws

  • Samen klinken op een succesvol 2009 (04 jan 2009)
  • Stad Antwerpen volgt Dirk Van Mechelen en sloopt Viaduct Noorderlaan (08 dec 2008)
  • Architect Jo Crepain staat centraal tijdens Open Monumentendag in Kapellen (03 sep 2008)
  • Dirk huldigt nieuwe Belgische kampioen Jumping (31 aug 2008)
  • Vlaams minister Dirk Van Mechelen reikt de Vlaamse Wapenbrieven uit (07 jul 2008)