Opening Belle Epoque Centrum - Blankenberge
21 november 2008,
Geachte collega,
Mijnheer de Burgemeester,
Mijnheer de gedeputeerde,
Geachte leden van het college en van de diverse raden,
Geachte dames en heren,
De Vlaamse kust is al sinds de 19de eeuw een populaire toeristische bestemming. Opeenvolgende gemeentebesturen en bouwpromotoren stonden en staan voor de uitdaging om voor een steeds aangroeiende schare bezoekers gepaste accommodatie te voorzien. Het uitgangspunt blijft daarbij om het fantastische natuurlijke decor van onze Noordzee ten volle te benutten.
Al bijna 200 jaar ondergaat ons kustlandschap een drastisch en haast continu transformatieproces.
Vanaf de 19de eeuw werden eeuwenoude dorpen en steden, maar ook voorheen onontgonnen duin- en polderlandschappen stelselmatig omgevormd tot heuse badsteden. En hoewel ze relatief jong zijn, kennen deze badsteden toch al een bewogen geschiedenis, getekend als ze zijn door twee verwoestende wereldoorlogen en door de plotse ontwikkeling van het massatoerisme, een fenomeen dat amper een eeuw oud is.
Deze bewogen geschiedenis maakt dat de gemiddelde badstad vandaag nog amper te vergelijken is met de badstad anno 1900 tot 1950. Het verschil tussen de hoogbouw van vandaag en de cottage-tuinwijken van 150 jaar geleden spreekt boekdelen.
De introductie van hoogbouw maakte het mogelijk om op een veel beperktere oppervlakte een groter aantal woon- en verblijfseenheden te concentreren. En omdat kusttoeristen nu eenmaal graag de zee zien, concentreerde de nieuwbouw en de verbouwingen zich vooral tot de rij gebouwen “met zicht op zee”!
Dat is natuurlijk zonde voor de mooie villa’s en hotels die zijn bezweken onder de sloophamers. Maar achter hetgeen men genoegzaam de “Atlantic Wall” is gaan noemen (de vrijwel ononderbroken rij appartementsgebouwen van het Zwin tot De Panne), bleven echter nog heel wat getuigen bewaard van de vroegere ontwikkelingsfasen van onze badsteden.
En het zijn deze getuigen die het voorwerp waren van de inventarisatie- en beschermingscampagnes die mijn voorgangers en ikzelf, op aangeven van mijn administratie, hebben opgestart en afgerond.
Deze campagnes hebben uiteraard het nodige stof doen opwaaien. De schepenen Patrick De Klerck en Cathy Verbruggen verwezen er al naar. Maar gelukkig heeft het gewest uiteindelijk kunnen rekenen op de goodwill van de betrokken gemeentebesturen en privé-eigenaars, die bereid werden gevonden constructief mee te helpen om de beoogde erfgoedzorg ook effectief te concretiseren.
Want beschermen is natuurlijk de gemakkelijkste stap. Het effectief behouden en beheren van het beschermde erfgoed, en het een zinvolle plaats geven in onze moderne samenleving, dàt is een veel grotere uitdaging. Daarvoor hebben we de hulp nodig van de vele particulieren en openbare besturen die erfgoed in eigendom hebben en er initiatieven rond ontplooien.
Het is immers enkel en alleen dankzij de steeds talrijker wordende “best practices” dat het brede publiek warm wordt gemaakt voor erfgoed, en dat ingrepen als inventariseren en beschermen als een meerwaarde worden beschouwd. Het zijn deze “best practices” die dag in, dag uit de beste promotie voeren voor onze onroerend-erfgoedzorg, en die de dagdagelijkse tegenhanger vormen van de open monumentendag.
Dames en heren,
Als er één kustgemeente is, die de voorbije jaren op een positieve manier is omgesprongen met de “beschermingsvloedgolf” aan het begin van het nieuwe millennium, is het wel de stad Blankenberge. Het behouden en revaloriseren van erfgoed vormt zelfs een duidelijke rode draad doorheen het stedenbouwkundige en toeristische beleid van de stad. Het lijkt wel alsof elke fase van de herwaardering van de Blankenbergse binnenstad wordt opgehangen aan de aankoop, restauratie en zinvolle herbestemming van een beschermd monument. Als Vlaams Minister van onroerend erfgoed zie ik dat uitermate graag gebeuren.
En met Patrick werkte er natuurlijk jarenlang een vurig pleitbezorger voor het Blankenbergse erfgoed op mijn kabinet. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen, dat wat ooit als een uitdaging begonnen is, geleidelijk is uitgegroeid tot een passie, niet alleen voor Patrick, maar voor alle Blankenbergse beleidsmakers. En niet in het minst ook voor de Blankenbergse bevolking.
Door zichzelf te verplichten rekening te houden met erfgoed, meer zelfs, door een voorbeeldfunctie te vervullen inzake erfgoedzorg, heeft Blankenberge zichzelf een hoop studiewerk op de nek gehaald en dus zeker niet voor de makkelijkste weg gekozen.
Maar het is mijn ervaring dat hoe beter je ons erfgoed leert kennen, hoe beter je er ook het potentieel van gaat inzien. En voor je het weet, wordt erfgoedzorg een verslaving! In dit geval een verslaving die aanmoediging verdient.
De restauratie van dit eigenste belle-époquecentrum is het eerste Blankenbergse onroerend-erfgoeddossier waarmee ik enkele jaren geleden in contact ben gekomen. Het was meteen een restauratie- en herbestemmingsdossier in de zuiverste zin van het woord. Drie aan elkaar grenzende beschermde Belle-époquewoningen die in hun oude glorie werden hersteld om het verhaal te vertellen van deze glorieuze periode in de Blankenbergse geschiedenis. Er is niet veel meer nodig om een erfgoedminister te charmeren! Meer nog, heel wat ministers waren dit dossier genegen.
Maar de Vlaamse regering was niet alleen onder de indruk van het dossier op zich. Er was ook de gedrevenheid en de deskundigheid die de Blankenbergse initiatiefnemers aan de dag legden om tijdig de nodige fondsen en goedkeuringen te bekomen, opdat er geen duimbreed afgeweken zou worden van de timing.
Een dergelijk enthousiasme en professionalisme werkt natuurlijk aanstekelijk. Het doet mij dan ook plezier dat al die inzet beloond werd.
Het Belle Epoque centrum kreeg in totaal bijna 2,2 miljoen euro subsidies, verspreid over twee fases.
Enerzijds was er de Vlaamse overheid die 1,7 miljoen euro injecteerde. Anderzijds konden jullie ook genieten van Europese subsidies in het kader van doelstelling 2-gebied “Kust”, voor bijna 500.000 euro.
Ondertussen zijn er nog andere dossiers de revue gepasseerd.
Dit jaar nog kende de Vlaamse regering een premie van bijna 1,4 miljoen Euro toe voor de restauratie en herbestemming van de oude Blankenbergse Rijksmiddenschool tot stadsbibliotheek, hier net om de hoek van het Belle Epoque Centrum.
Het vooronderzoek voor de restauratie van de pier, die schade opliep tijdens een noordwesterstorm, nu ongeveer een jaar geleden, kreeg van ons 40.000 Euro subsidies.
En ik kan u vertellen dat de net opgesomde premies zeker niet de laatste zullen zijn voor de kust. Ik ben er zeker van dat Blankenberge nog meer werk op de plank heeft liggen.
Dames en heren,
Het gebeurt niet alle dagen dat een erfgoedminister de resultaten kan aanschouwen van een dossier dat hij zelf mee heeft helpen initiëren. Vandaag heb ik de eer dit mee te kunnen maken. De resultaten sterken mij in de overtuiging dat we met Blankenberge een krachtige en dynamische partner hebben, die mee gestalte geeft aan een positieve erfgoedzorg.
Graag wil ik iedereen feliciteren die van ver of nabij bij dit project betrokken waren.
Van harte proficiat!!
vrijdag 21 november 2008




