Plenaire zitting Vlaams parlement n.a.v. eerste begrotingscontrole
14 mei 2008,
Mevrouw de voorzitter,
Waarde collega’s,
We ronden hier vandaag een taak af die essentieel is voor elke zorgvuldig besturende overheid: de begrotingscontrole. Eind vorig jaar hebben we een begroting opgesteld volgens de regels van de kunst. Vandaag zijn we bijna halfweg het werkjaar en ik kan u gerust stellen: we zitten nog steeds perfect op koers.
De begrotingstechnische koers - dat weet u - is een schuldenvrij Vlaanderen. In 1999 bedroeg de schuld van Vlaanderen nog meer dan 6,6 miljard euro. Jaarlijks ging er meer dan 438 miljoen euro naar de betaling van rentelasten op die schuld. Dit jaar – minder dan 10 jaar later – is Vlaanderen quasi schuldenvrij en gaat het geld niet langer naar de afbetaling van rente, maar naar beleid.
Dat brengt me bij de inhoudelijke koers van deze Vlaamse regering: investeren. We voeren een investeringsbeleid. Je investeert om iets te bereiken. Investeringen gebeuren in het heden, maar richten zich altijd naar de toekomst. Als we stellen dat de Vlaamse regering een investeringsregering is, dan zeggen we eveneens dat Vlaanderen de toekomst voorbereidt.
Om daadwerkelijk een investeringsregering te zijn die op lange termijn denkt, die binnen een solide structuur werkt en die het verschil kent tussen investeren en louter uitgeven, moeten een aantal kernvoorwaarden vervuld zijn. Het is mijn mening dat dit in Vlaanderen zeker en vast het geval is. Ik verklaar mij nader en ‘zoom’ daarbij specifiek in op de verwezenlijkingen van deze begrotingscontrole.
Eerste kernvoorwaarde: de begroting van een inversteringsregering moet voorzichtig en vooruitziend zijn.
Bij het opmaken van een begroting zijn voorzichtigheid en vooruitziendheid op zijn plaats. Bij de opmaak 2008 bleek dat opnieuw meer dan nodig, want het macro-economische klimaat speelt -op zijn zachts gezegd- niet in ons voordeel. Begin dit jaar stelde de Nationale Bank haar groeiverwachting bij tot 1,9 procent. Dat is 0,2 procent lager dan voorzien. Bovendien nam ook de inflatie sterk toe. In 2008 zou de gemiddelde jaarinflatie uitkomen op 3,8 procent, tegenover 1,82 procent in 2007. Dit ligt ver boven de aanvankelijke verwachtingen, waarop wij onze initiële begroting voor 2008 hebben opgesteld.
De effecten van deze bijgestelde economische parameters zijn bij deze begrotingscontrole verrekend en dit zowel aan inkomsten- als aan uitgavenzijde.
De indexprovisie wordt opgetrokken tot 312 miljoen euro. En zoals u weet, hanteren we binnen het kader van ons streng-orthodox begrotingsbeleid ook het instrument van de conjunctuurprovisie. Sinds 2003 hanteren we de conjunctuurprovisie als buffer om de negatief bijgestelde groeiverwachtingen op te vangen. De te verwachten minderinkomst van 33,8 miljoen euro ten gevolge van de bijgestelde groeiverwachting brengt de verdere uitvoering van de begroting dan ook niet in gevaar. Ik kan zelfs meer zeggen: met de vastgelegde conjunctuurprovisie van 161 miljoen euro kunnen we zelfs een daling tot 1 procent opvangen.
Bovendien hanteren we in het kader van het voorzichtigheidsprincipe de strengste HRF-norm. Voor de periode 1999 tot en met 2007 werd een overschot van 3,75 miljard voorop gesteld. Vandaag leggen we een beter resultaat voor: we realiseren maar liefst 6,3 miljard (of 70% meer). Ook voor 2008 halen we met 45 miljoen, vlot de normdoelstelling van 35,6 miljoen euro.
Voorzichtigheid en voorzienigheid gaan hand in hand. De middelen die vrijkomen dankzij de schuldafbouw worden stelselmatig omgezet in reserveringen voor de toekomst. Zo bouwen we de reserves in het Zorgfonds verder op. Eind 2007 zat er ongeveer 700 miljoen in het Zorgfonds. Met deze begrotingscontrole dikken we het fonds opnieuw aan met 100 miljoen. We doen hetzelfde met het Toekomstfonds, dat nu reeds goed is voor 453 miljoen aan reserves.
Een tweede kernvoorwaarde om van een investeringsbeleid te kunnen spreken is zorgen voor financiële “ademruimte” voor burgers, bedrijven en lagere overheden.
Een overheid die op lange termijn denkt en wil investeren in de toekomst, voert een politiek van lastenverlagingen. Dat vraagt op korte termijn een inspanning, maar levert in ruil meer koopkracht, meer economische groei, meer tewerkstelling en dus ook meer welvaart en welzijn op.
De voorliggende begrotingscontrole legt de focus op deze tweede kernvoorwaarde. Lastenverlagingen vormen in feite zowel direct als indirect de kern van deze begrotingscontrole.
Direct kiezen we ervoor om de lastenverlaging voor de laagste lonen en middeninkomens versneld op te trekken tot 200 euro. Dat betekent 50 miljoen euro koopkrachtinjectie voor 1 miljoen Vlamingen. Volgend jaar komt de Vlaamse lastenverlaging op kruissnelheid, voor àlle werkenden. Een gezin van tweeverdieners krijgt dan 400 euro belastingkorting, zeg maar koopkrachtverhoging!
Maar bovenal staat bij deze begrotingscontrole de indirecte lastenverlaging centraal. Om te vermijden dat de éne overheid terugneemt wat een ander overheidsniveau geeft, werd een fiscaal pact gesloten met onze Vlaamse steden en gemeenten. U keurt hier vandaag de budgettaire en juridische basis goed van het pact dat ervoor moet zorgen dat geen enkele gemeente nog een excuus heeft om de belastingen te verhogen.
Collega’s, het lokaal pact is een succes. Op de bijzondere algemene vergadering van VVSG heeft 95,8 procent van de vertegenwoordigde gemeenten vóór gestemd. Ondertussen zijn al 105 gemeenten via een gemeenteraadsbeslissing toegetreden. Ongeveer de helft daarvan heeft ook het traject voor goedkeuring bij de administratie Binnenlandse Aangelegenheden afgelegd. Met de goedkeuring van deze begrotingscontrole verleent u mij, krachtens het programmadecreet, de basis om tot effectieve overname van de schuld à rato van 100 euro per inwoner over te gaan. Dat wil zeggen dat eind mei de eerste schuldovernames een feit zullen zijn.
Wie dat enige tijd geleden afdeed als “aankondigingspolitiek” heeft zich vergist.
In de Vlaamse regering noemen we dat de daad bij het woord voegen…
De derde voorwaarde om een investeringsregering te zijn, is uiteraard de duidelijke keuze voor investeringen in de klassieke betekenis van het woord. U kent in dit opzicht het beleid van de Vlaamse regering. We investeren in mensen én infrastructuur, ook bij deze begrotingscontrole. Ik overloop samen met u enkele van onze keuzes.
We investeren in mensen. Mensen met kinderen, bijvoorbeeld. Niet toevallig zijn onderwijs en kinderopvang twee blikvangers in de voorliggende controle.
We voorzien een extra impuls voor de bouw van nieuwe schoolgebouwen ter waarde van 75 miljoen euro. Er worden ook bijkomende middelen voorzien voor het secundair en hoger onderwijs; respectievelijk 5 en 10,7 miljoen euro. Het sociaal passief van de KUBrussel wordt weggewerkt en er gaat 21,5 miljoen naar de renovatie van de infrastructuur van het Universitair ziekenhuis Gent.
Om de combinatie job en gezin leef- én werkbaar te houden, investeert de Vlaamse regering in kwaliteitsvolle kinderopvang. Met 8,3 miljoen euro creëren we bijna 1.600 nieuwe kinderopvangplaatsen. Daarmee zijn lang niet alle problemen opgelost, maar we zetten wel opnieuw een belangrijke stap vooruit. Ook de inspanningen voor gezinsondersteunende diensten in ondernemingen – zoals projecten met bedrijfscrèches en strijkateliers - passen in dit kader.
Een job uitoefenen is de beste garantie tegen uitsluiting en armoede. Mede daarom doen we extra inspanningen voor mensen die op het op de reguliere arbeidsmarkt moeilijk hebben. We investeren onder meer 6,9 miljoen euro in de tewerkstelling in beschutte werkplaatsen.
De Vlaamse samenleving is een zorgzame samenleving. We trekken in deze begrotingscontrole ook extra geld uit voor meer flexibele en persoonsgebonden zorg voor personen met een handicap. Er wordt ook geld voorzien voor geestelijke gezondheidszorg, zowel curatief als preventief (1,3 en 1,4 miljoen). Een bijkomende inspanning van 6,5 miljoen euro maakt het vanaf 1 juli aanstaande mogelijk om de zorgpremie voor thuis- en mantelzorg op te trekken tot 125 euro per maand.
Collega’s, structuur en infrastructuur vormen de basis van menselijke bedrijvigheid. Geen onderwijs zonder schoolgebouwen (plus 75 miljoen). Geen sport of cultuur zonder sportvelden of cultuurtempels (plus 6,5 miljoen). Geen internationale handel zonder scheepsvervoer (plus 5 miljoen voor havens). We investeren eveneens in noodzakelijke onderhoudswerken. Ik denk aan de waterbeheersingswerken aan de kust (3 miljoen euro) of het onderhoud van de gewestwegen (10 miljoen euro).
Dames en heren,
De cijfers spreken voor zich, dus ik rond af. De begroting 2008 zit op kruissnelheid en het uitgavenpad is gedekt. En dit ondanks tegenvallende economische groei en een sterk aantrekkende inflatie. Die evolutie moeten we in de gaten houden. Ook via de tweede begrotingscontrole die na de zomer gepland is [besproken wordt] Dat we daarbij op de ingeslagen weg verdergaan, mag duidelijk zijn. Voorzichtigheid en voorzienigheid blijven de basisprincipes. Meer dan ooit trouwens. Gezien de internationale economische context moeten we in de toekomst niet eenmaal, of tweemaal maar zelfs driemaal nadenken voor we ons geld uitgeven.
Goed begroten, waarde collega’s, is zoals het bouwen van een huis. Het is zoeken naar geschikte grond, zorgen dat er voldoende geld in kas is, plannen opmaken, ze op een volwassen manier bediscussiëren en ze last but not least op het terrein uitvoeren terwijl we constant een oog op de portemonnee houden.
Maar zelfs het grootste, mooiste en meest exclusieve huis doorstaat de tand des tijds niet, tenzij het is gebouwd op een voldoende stevige fundering. En met deze begrotingscontrole hebben we vastgesteld dat die fundering van gewapend beton nog steeds in perfecte staat is en een stevige basis vormt voor de toekomst van Vlaanderen.
Mag ik u dan ook namens de Vlaamse Regering vragen de voorliggende begrotingscontrole goed te keuren.
Ik dank u.
woensdag 14 mei 2008




