Dirk Van Mechelen

Viceminister-president van de Vlaamse Regering

Vlaams minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening

Uitreiking Vlaamse Planningsprijs - Antwerpen

18 november 2008,

Mijheer de voorziter,
Dames en Heren

U bent net te weten gekomen wie dit jaar de Vlaamse Ruimtelijke Planningsprijs mee naar huis mag nemen, en luttele ogenblikken daarvoor kreeg u van dhr Han Meyer een aanzet tot een boeiende discussie over hoe u als ruimtelijke planners in de toekomst moet omgaan met nieuwe maatschappelijke tendensen. Dat kan tellen als aanzet voor wat ongetwijfeld nog een boeiende namiddag zal worden.

Toch wil ik graag van deze gelegenheid gebruikmaken, om zelf ook enkele bedenkingen te formuleren en even vooruit te kijken. Niet enkel naar datgene waar u de komende jaren een antwoord op wil formuleren, maar ook naar dié uitdagingen dié binnen tien, twintig, tot zelfs vijftig jaar op ons afkomen.

Op jullie als “ontwerpers van de toekomst”, maar ook op ons, beleidsverantwoordelijken. En dat die uitdagingen groot en veelzijdig zijn, daar is inmiddels iedereen van overtuigd.

Plannen, ontwerpen en bouwen in de eenentwintigste eeuw is immers in niets meer te vergelijken met wat het enkele decennia geleden was. En plannen en ontwerpen binnen vijftig jaar, zal evenzeer niet meer te vergelijken zijn met wat we nu kennen.
Onze maatschappij legt de lat immers steeds hoger. Burgers stellen steeds hogere eisen aan hun leefomgeving. In alle mogelijke facetten.

Zo wil iedereen dat hij of zij tijdens gelijk welke fase in zijn of haar leven, comfortabel kan wonen, werken en zich ontspannen in gebouwen of ruimtes die aangepast zijn aan alle huidige én toekomstige noden. Kortom, iedereen wil nu én in de toekomst een hoogstaande kwalitatieve benadering voor zijn of haar leefomgeving.

In dit omgevingskader spelen vele complexe factoren een rol. Denk bijvoorbeeld maar aan de exponentieel stijgende mobiliteit én de evenredig toenemende problemen die daarmee gepaard gaan door. Of denk ook aan de – gelukkig maar – steeds hogere eisen die worden gesteld inzake milieu- en energie-efficientie van bouwwerken op zowel micro- als macroniveau.

Met andere woorden, het gamma aan maatschappelijke problemen waarvoor jullie als ruimtelijke planners gepaste antwoorden dienen te zoeken, is vandaag de dag zeer breed.
De draagkracht van de ruimte, de betaalbaarheid van de projecten, energie- en milieu-impactanalyses … het zijn slechts enkele van de vele uitdagingen.

Die uitdagingen worden niet enkel complexer, maar vooral ook boeiender. Het komt er immers op aan om met al deze nieuwe evoluties creatief om te gaan. Want nieuwe problemen vergen de nodige verbeelding en visie om tot nieuwe en innovatieve oplossingen te komen.

In die optiek ben ik dan ook uitermate tevreden dat het project van de Groene Singel, vandaag wordt bekroond.

Ik wens de ontwerpers van de planningscel van de Stad Antwerpen alvast te feliciteren met het resultaat, en voor de moed die ze aan de dag hebben gelegd om met hun expertise en verbeeldend vermogen de kansen en kwaliteiten van de Groene Singel vorm te geven.

Met het project rond de Groene Singel maken zij duidelijk welke toegevoegde waarde en ruimtelijke dynamiek er via deelprojecten kan ontwikkeld worden, binnen het kader van een véél grootschaliger project zoals het Masterplan Antwerpen.

Het project van de Groene singel, vloeit zoals u weet, voort uit het Masterplan Antwerpen. Waarvan ook het inmiddels zwaar bediscussieerde Oosterweelproject deel van uitmaakt. Het Masterplan Antwerpen is én blijft echter één en ondeelbaar!

Helaas wordt die samenhang tussen projecten in een groter geheel wel eens – al dan niet doelbewust – miskend.

De realisatie van de Groene Singel is echter niet enkel financieel maar ook in oorsprong, gelinkt aan de realisatie van de Oosterweelverbinding. Een missing-link die vanuit een globale ruimtelijke visie op mobiliteit, net de herprofilering en het hergebruik van de bestaande ruimtelijke structuren, zoals de Antwerpse Singel en Ring, mogelijk maakt.

Er wacht jullie als ruimtelijke planners de komende jaren en decennia dan ook de uitdagende en boeiende taak om mee die ruimtelijke samenhang bij grootschalige projecten, onder de aandacht te brengen én van een breed maatschappelijk draagvlak te voorzien.

De stedenbouwkundige discipline vereist vakmanschap en ambachtelijke expertise, maar ze vraagt evenzeer een sterke communicatieve verbeelding en vaardigheid !

Nog meer dan vroeger, zal er bij ruimtelijke processen, veel meer rekening moeten worden gehouden met het maatschappelijk draagvlak waarin deze kunnen worden ingepast.

Het is een boutade om te stellen dat de burger mondiger is geworden. Het is misschien beter te stellen dat de inspraakbeweging ‘volwassen’ is geworden en een verankering heeft gekregen op bijna alle planniveau’s.

Inspraak dwingt ons evenwel om ook steeds uitgebreider, meer accuraat en vooral sneller te communiceren. Van in het begin. Het ontwikkelen, verbeelden en communiceren van een ruimtelijke visie is op die manier ook de eerste en noodzakelijke bouwsteen in het totstandkomen van het maatschappelijk debat én het ontwikkelen van een breed draagvlak.

Als planologen kunnen jullie de contouren uittekenen van dat debat en meteen ook het kader vastleggen waarbinnen gediscussieerd moet worden.

De VRP kan én moet hier een belangrijke rol in spelen.

Dames en Heren,

De voorbije jaren hebben we vanuit de Ruimtelijke Ordening hard gewerkt om de nodige rechtszekerheid te bieden aan onze burgers. De inspanningen van al dit werk zullen tegen het jaareinde gevaloriseerd worden in een nieuwe aanpassing van het decreet RO. Daarbij hoort ook een activeringsbeleid via een nieuw decreet “Grond en Pandenbeleid”.

Beide decreten bevatten een batterij aan maatregelen die niet enkel een impact hebben op het dagelijks leven van onze burgers, maar ook op dat van diegenen die dagdagelijks bij het plannen van onze ruimte betrokken zijn. Ik geef u enkele voorbeelden:

Het ontwerpdecreet voorziet in een geïntegreerde plannings- en uitvoeringsprocedure waarbij de aanpassing van een structuurplan én de opmaak van een uitvoeringsplan gelijktijdig kunnen worden doorgevoerd.

Daarmee bieden we een antwoord op die situaties waarbij belangrijke ruimtelijke projecten niet tijdig gerealiseerd kunnen worden omwille van een onverenigbaarheid tussen een uitvoeringsplan en het reeds bestaande structuurplan.

Het aangepaste decreet RO zal ook de mogelijkheid bieden aan aangrenzende gemeenten om één gezamenlijk ruimtelijk structuurplan op te maken. Of nog, dat aangrenzende gemeenten ook de mogelijkheid krijgen om gezamenlijk één of meer stedenbouwkundige ambtenaren aan te stellen.

Met de aanpassingen aan het decreet RO én de invoering van een decreet Grond- & Pandenbeleid, tonen we als beleidsverantwoordelijken de ambitie om wonen betaalbaar te houden en zorgen we ervoor dat onze ruimtelijke ordening een humaan en rechtszeker kader biedt aan onze burgers, de ruimtegebruikers.

Een gelijkwaardige inspanning is echter ook noodzakelijk voor wat de ruimte zelf betreft.

Het is immers eigen aan de methode van de structuurplanning dat er permanent bijgestuurd kan worden als dit wenselijk wordt vanwege nieuwe evoluties in de samenleving, nieuwe behoeften, trends of uitdagingen.

Het regeerakkoord formuleert dan ook de ambitie om het huidige Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen te evalueren en de tijdige herziening ervan voor te bereiden.

Ik vind het belangrijk de continuïteit van het huidige Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen te bewaken en voort te bouwen op de verwezenlijkingen ervan.

Het is echter ook mijn verantwoordelijkheid als minister voor Ruimtelijke Ordening om tegelijkertijd te blijven nadenken over de toekomst van de ruimte in Vlaanderen. Daarbij bewandelen we twee sporen, namelijk een herziening van het RSV op korte én lange termijn.

Wat betreft de kortetermijnherziening, heeft mijn administratie in het voorjaar van 2008 de uitkomsten van gerichte thematische onderzoeken vertaald naar een voorontwerp van addendum, Daarin is een concreet herzieningsprogramma opgenomen, opgebouwd uit een informatief, richtinggevend en bindend deel.

Het is mijn intentie om in het najaar van 2008 over dit addendum een principebeslissing te vragen aan de Vlaamse Regering, met als finaliteit het verlengen van de planhorizon van het RSV tot 2012 en het oplossen van een aantal acute knelpunten in de uitvoering ervan.

Ik zet de belangrijkste inhoudelijke opties in het addendum even op een rij:

Inzake wonen zal een geactualiseerd kwantitatief en kwalitatief perspectief geboden worden tot 2012 via een doorvertaling van de elementen die vervat zitten in het decreet Grond-en ¨Pandenbeleid

Met betrekking tot werken blijkt er nood aan een beperkt bijkomend pakket in de periode tot 2012. Daarom worden enkele bijkomende concentratiegebieden van economische activiteiten geselecteerd.

Voor recreatie is het voorziene pakket uit het RSV quasi volledig benut. Er wordt een oplossing geboden voor nieuwe initiatieven op bovenlokaal en lokaal niveau voor de periode 2007 - 2012.

Inzake lijninfrastructuur worden de selecties van hoofd- en primaire wegen geactualiseerd en worden enkele beperkte bijstellingen voorgesteld voor concrete spoor- en openbare vervoersprojecten, die vóór 2012 zullen uitgevoerd worden.

En dan is er ook de langetermijnherziening die, zoals u weet, een grondige herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen omvat.

De voorbije jaren werden ook daarvoor reeds de bouwstenen gecreëerd. Via verschillende studieopdrachten die inmiddels zijn afgerond én met aansluitend de opstart van het project “Ontwerpend Vlaanderen 2020-2050” in 2008.

Al dat studiewerk moet in 2009 resulteren in een maatschappelijk gedragen toekomstverkenning en een programma van eisen voor het ruimtelijk beleid in de periode 2020-2050.

Zo wil ik komen tot het formuleren van strategische krijtlijnen, een beleidsmatige visie over de toekomstige ruimtelijke potenties en uitdagingen van Vlaanderen in een Europese context. Het creëren van een dergelijke visie, een blauwdruk voor het ruimtelijk beleid, is een absolute noodzaak. Net zoals dat in andere beleidsdomeinen gebeurt.

Die visie, dat concept, moet als insteek dienen bij de volgende regeringsonderhandelingen.

Mijnheer de voorzitter,
Dames en Heren planologen,

Er beweegt heel wat in ons vakgebied. En net zoals ik daarstraks aangaf dat iedereen in deze zaal rekening zal moeten houden met de creatie van een maatschappelijk draagvlak voor toekomstige grootschalige bouw- en infrastructuurprojecten, gaat die redenering ook op voor ons politici. Immers, ook de herziening van het Ruimtelijk structuurplan wordt een oefening, waarvoor meer dan ooit een brede maatschappelijke consensus nodig is. Dit zal allicht een even breed maatschappelijk debat vereisen.

De VRP heeft hierin een belangrijke rol te spelen en indien zij die rol opneemt engageer ik mij ertoe om deze ten volle te ondersteunen. Zij het op basis van duidelijk doelstellingen en ambities.

De VRP moet zich ontwikkelen als vakoverschrijdend kennisinstituut dat door een wervende communicatie de nood en noodzaak aan een ruimtelijke visie richt op alle actoren die ruimte claimen.

De VRP moet naar analogie met het Duitse of Nederlandse planningsinstituut uitgroeien tot een organisatie die samen met het beleid voluit inzet …

  • op het verwerven van inzichten,
  • op het ontwikkelen van een visie,
  • op het communiceren en
  • op het creëren van het noodzakelijk draagvlak voor de uitdagingen die op ons af komen.

Zo kunnen we samen alle actoren, sectoren en overheden, overtuigen van het belang én de sturende kracht die vanuit het ruimtelijke beleid kan aangewend worden, om welvaart en welzijn op een duurzame wijze te ontwikkelen.

Net zoals dat het geval is bij het project van de Groene Singel dat vandaag terecht gehonoreerd wordt met de Vlaamse Ruimtelijke Planningsprijs.

Graag vraag ik dan ook aan de laureaten om hun prijs in ontvangst te nemen.

Ik dank U

dinsdag 18 november 2008

rapport-van-mechelen.jpg

rapport-van-mechelen-ii.jpg

vp-banner.jpg

wijzers-banner.jpg

Kort nieuws

  • Samen klinken op een succesvol 2009 (04 jan 2009)
  • Stad Antwerpen volgt Dirk Van Mechelen en sloopt Viaduct Noorderlaan (08 dec 2008)
  • Architect Jo Crepain staat centraal tijdens Open Monumentendag in Kapellen (03 sep 2008)
  • Dirk huldigt nieuwe Belgische kampioen Jumping (31 aug 2008)
  • Vlaams minister Dirk Van Mechelen reikt de Vlaamse Wapenbrieven uit (07 jul 2008)