Businessmeeting VKW
9 juni 2008,
“De Krachten Bundelen”
“Bakens Verzetten: Limburg als logistiek hinterland voor de Antwerpse Haven
Mijnheer de gouverneur,
Geachte bestendig afgevaardigden, Geachte Burgemeesters
Dames en Heren,
Eerst en vooral wil ik u bedanken voor uw uitnodiging om hier vandaag het woord tot u te richten. Graag maak ik ook van deze gelegenheid gebruik – misbruik zullen sommigen misschien beweren – om het debat over de toekomst van deze provincie en bij uitbreiding heel Vlaanderen aan te zwengelen. Om samen met jullie te herbronnen, om nieuwe uitdagingen aan te gaan, om plannen te ontwikkelen. Want stilstaan is achteruitgaan. En dat kunnen we ons in een snel globaliserende wereld niet veroorloven.
GRENZEN VERVAGEN
In tegenstelling tot sommigen, zie ik de globalisering van onze maatschappij en leefwereld alleszins niet met angst tegemoet. Integendeel. Ik weet dat er samen met mij, velen in deze zaal overtuigd zijn van het feit dat we ‘out of the box’ moeten denken. Dat we ons moeten wapenen met een internationaal blikveld om de uitdagingen van morgen aan te gaan.
Als we samen die mentale klik kunnen maken, biedt de globalisering grote opportuniteiten voor Vlaanderen. Maar zeer zeker ook voor Limburg. De limburger als wereldburger …
Sta me toe, dames en heren, dat even te verduidelijken vanuit een Limburg-gevoel dat mij enige tijd geleden plots overviel.
Ik moet toegeven, dat was na een zeer constructieve gedachtewisseling met uw gouverneur die weet dat ik al geruime tijd de ontwikkeling van een ‘Delta-haven’ propageer.
Recent werd een platform opgestart dat de samenwerking voorbereidt in de “Rijn-Schelde”-delta. Deze bijzonder strategisch gelegen delta omvat de havensteden Rotterdam, Vlissingen, Gent, Zeebrugge, Antwerpen en Luik. Havensteden die vanuit internationaal perpectief één groot gebied vormen, wars van landsgrenzen.
Maar ook een gebied dat zich op wereldniveau kan profileren als de grootste haven van de wereld. Als een poort tot Europa, gelegen in een uniek grensoverschrijdend landschapspark. Ik stel met genoegen vast, dat de gesprekken daarover bijzonder constructief verlopen.
Maar, als we er in slagen om één globale ruimtelijke visie te ontwikkelen voor dit Delta-gebied, over de landsgrenzen heen, waarom zouden we ons dan nog laten beperken door provinciegrenzen ? Met andere woorden, de uitbouw van de “Rijn-Schelde”-Delta kan extra trafiek aantrekken die verder landinwaarts, hier in Limburg dus, kan behandeld én verhandeld worden.
Daarom wil ik zeer nadrukkelijk een oproep doen om over de provinciegrenzen heen te zoeken naar meer samenwerking.
Antwerpen en Limburg verhouden zich immers als een Siamese tweeling. De ene kan niet zonder de andere. Om het belang van onze regio’s als economisch hart van Vlaanderen te versterken, moeten we bouwen aan een volwaardig partnerschap. Stedelijke en logistieke netwerken uitbouwen met evenwichtige ruimtelijke keuzes.
EEN VENSTER OP DE WERELD (LIMBURG NIET LANGER ALLEIN)
Het is mijn absolute overtuiging dat de provincie Limburg alle potentieel bezit om in de toekomst nog sterker te fungeren als strategische hinterlandregio voor de Mainport Antwerpen, als “extented gateway”.
Of zo u wil mijnheer de gouverneur, dat Antwerpen binnen de “Rijn-Schelde”-delta de toegangspoort vormt tot Limburg, dat zich langsheen het Albertkanaal kan profileren als langste haven ter wereld. Een ‘Alberthaven’ die zich uitstrekt van Antwerpen tot Luik. Limburg heeft immers de ruimte, de gronden én het geld ter beschikking om deze ontwikkeling te kunnen faciliteren.
Met dat gemeenschappelijke Antwerps-Limburgs doel voor ogen, maken we in de Vlaamse regering ook versneld werk van de invulling en uitbouw van het Economisch Netwerk Albertkanaal.
Inmiddels werden talrijke uitvoeringsplannen opgestart of goedgekeurd om langsheen ‘de Alberthaven’ nieuwe bedrijvensites te bestemmen en te ontwikkelen. Bovendien werken we aan de herstructurering en inbreiding van bestaande bedrijventerreinen.
Langsheen de as Antwerpen-Kempen-Limburg is 900 hectaren voor extra bedrijventerreinen voorzien. Voor heel wat van de sites zijn de Ruimtelijke Uitvoeringsplannen inmiddels definitief vastgesteld door de Vlaamse regering. Ik wil daarvan enkele opvallende voorbeelden aanhalen.
Ik denk daarbij aan sites als het Lanaekerveld in Lanaken, Genenbos in Tessenderlo en Ravenshout-Noord in Beringen. Samen zijn ze goed voor 116 hectaren nieuwe bedrijventerreinen.
Daarenboven zijn er nog heel wat GRUP’s die in uitvoering zijn, Zwartenbroek in Ham (90ha) en Tervant in Beringen (56ha). Voor anderen zoals het Grup Genk-Zuid-West in Diepenbeek (48ha) is de milieu-effectenrapportage lopende.
ANTWERPEN-LIMBURG: MOTOR VAN DE VLAAMSE ECONOMIE
Vanuit de Vlaamse regering willen we met deze planningsprocessen alle troeven aan Limburg aanreiken. Troeven die de Limburgse regio op de Europese kaart kunnen zetten. Om nieuwe en duurzame jobs aan te bieden. Voor hoog- en laaggeschoolden. Om toegevoegde waarde te creëren.
Daarvoor reken ik op het Limburg-gevoel van alle politieke en maatschappelijke actoren uit zowel uw als mijn provincie.
Antwerpen-Limburg-Luik als poort op de nieuwe, verruimde Europese Unie !
Antwerpen-Limburg als motor van onze Vlaamse economie en werkgelegenheid !
Uiteraard moeten we daarbij ook oog hebben voor de ontsluiting en leefbaarheid van het hele gebied. Maar ook daar wordt aan gewerkt.
Met de systematische uitbouw van het Nationale Park Hoge Kempen naast het hemelsmooie Zuid-Limburg, beschikt Limburg over een prachtig landschap, een toeristische voltreffer.
Met de bouw van de Liefkenshoekspoortunnel (2009 – 2012), met de uitbouw van de IJzeren Rijn en met de aanleg van de tweede spoorontsluiting zal ook de mobiliteitsproblematiek kunnen worden aangepakt. Daarvoor wordt ook gewerkt aan de optimalisatie van de capaciteit van de E313.
Dit is nodig, want enkel zo kunnen we voluit inzetten op multi-modaal vervoer en consequent de logistieke uitbouwen die deze regio’s een bijkomende economische boost zal geven.
Dames en Heren,
LIMBURGS GELD BLIJFT IN LIMBURG
Als minister van Begroting en Ruimtelijke Ordening, ook bevoegd voor de L-R-M, wil ik deze noodzakelijke economische injectie voor Limburg mee faciliteren en realiseren.
We investeerden als Vlaamse Regering de voorbije decennia reeds sterk in deze provincie. We willen de sluiting van de mijnen en het bijhorend jobverlies naar de geschiedenisboeken verwijzen. We willen doen wat moet!
Dat het daarbij niet bij loze woorden blijft, mag blijken uit het feit dat de Vlaamse regering op 7 maart jongsleden overging tot de definitieve herstructurering van de Limburgse Reconversiemaatschappij en haar dochter Lisom, de Limburgse Strategische Ontwikkelingsmaatschappij.
Met deze herstructurering verankert de Vlaamse overheid het Limburgs geld in Limburg. Geld dat was voorbehouden en bestemd met het ‘Toekomstcontract Limburg’ uit 1987. Een contract waarmee de toenmalige federale regering, het Vlaams gewest, het provinciebestuur en de Europese Commissie, ambieerden om in tien jaar tijd, de werkloosheid in Limburg terugbrengen op het Vlaams gemiddelde.
Zoals velen onder u weten, was het parcours dat daarbij gevolgd werd, niet altijd even obstakelvrij. Wat resulteerde in nog heel wat opvolgingsplannen. Zo volgden het ‘Actieplan voor Limburg’ in 1997, ‘de Kaderbeslissing van 19 juli 2002’, het ‘Limburgplan 2005-2009’, met een totale waarde van 673 miljoen euro. En nu, als slotakkoord, de recent besliste herstructurering van LRM en Lisom.
TOEKOMST IN ZICHT - VLAAMSE RUIT REIKT TOT IN HASSELT
Persoonlijk hecht ik met het oog op de toekomst, enorm veel belang aan de herstructurering van deze Limburgse hefbomen. Omdat we daarmee het boek van de reconversie definitief willen dichtslaan. Met gerichte investeringen in bedrijven en industrieterreinen kan LRM mee het verschil maken.
Limburg haalt de achterstand tegenover de overige Vlaamse regio’s met rasse schreden in.
Zo kent Limburg de jongste jaren de meest significante daling inzake werkloosheidscijfers. Zeker wanneer verhoudingsgewijs ook de bevolkingsaantallen worden meegerekend. Die stijgende werkgelegenheid is onder meer te danken aan de sterke dynamiek die uitgaat van de toeristische sector in deze provincie. Met als surplus natuurlijk de enorme positieve impact die een serie als ‘Katarakt’ heeft.
Diversifiëren helpt. Loskomen van slechts enkele multinationals helpt.
Betekent dit dat alles nu rozengeur en maneschijn is?
Zeer zeker niet!
Ondanks de felle remonte die Limburg heeft ingezet, is er nog werk aan de winkel. Bijvoorbeeld inzake de tewerkstelling van schoolverlaters. Voor hen blijkt het bijzonder moeilijk te zijn om in eigen regio een plaats op de arbeidsmarkt te veroveren. Gelukkig zijn ook hier reeds stappen gezet naar een betere begeleiding.
Ook de creatie van toegevoegde waarde in sectoren zoals verkeer, communicatie, financiering, handel en horeca zijn voor verbetering vatbaar. Dat blijkt althans uit een vergelijkende studie tussen de regio’s Aken, Nederlands Limburg, Belgisch Limburg, de Provincie Luik en het Duitstalige Gewest zoals die door de Euroregionale Informatie Service in februari 2007 werd gevoerd
Maar ik herhaal het, het is tijd om de blik naar de toekomst te richten. En ik ben er alvast van overtuigd dat Limburg een boeiende en bloeiende toekomst tegemoet gaat.
De herstructurering van LRM, die op 7 maart werd goedgekeurd, kan hier ongetwijfeld toe bijdragen. Deze herstructurering heeft tot doel om opnieuw een zeer duidelijke aflijning van bevoegdheden en verantwoordelijkheden vast te leggen.
Vanuit de Vlaamse regering en in overleg met alle betrokken partijen werd ervoor geopteerd om dit te bewerkstelligen via een duidelijke opsplitsing tussen enerzijds rendementsgebonden en anderzijds niet-rendementsgebonden activiteiten.
Het rendementsgebonden deel blijft onder de vleugels van het Vlaams gewest. LRM blijft dus een investeringsmaatschappij die via een samenwerkingsovereenkomst scherpe doelstellingen krijgt opgelegd en eigen rendement moet realiseren, dat opnieuw kan worden geherinvesteerd.
DUIDELIJKE STRUCTUREN
De herstructurering laat de Limburgse Reconversie Maatschappij toe om haar rendementsgebonden investeringen te organiseren via twee zogenaamde ‘business units’. Een eerste rond ‘bedrijfsfinanciering’ en een tweede rond ‘vastgoed en projectontwikkeling’.
Het strategische plan 2008 – 2010 dat in november 2007 door de Raad van Bestuur van LRM werd goedgekeurd, en dat mee de aanzet gaf tot de doorgedreven herstructurering, toont alvast dat de nieuwe bedrijfseenheid ‘bedrijfsfinanciering’ vandaag de status van een ‘rollend fonds’ bereikt heeft.
Zo zal het basiskapitaal van 73 miljoen euro, de komende jaren aangroeien met circa 20 miljoen euro tot een totaal van 93 miljoen in 2010. Dit dankzij opbrengsten uit investeringen die in het midden van de jaren negentig werden gerealiseerd.
Dit betekent dat toekomstige ambitieuze doelstellingen van deze unit grotendeels kunnen gefinancierd worden door terugverdieneffecten uit het verleden. Een aantal van die toekomstgerichte initiatieven worden reeds in het strategisch plan aangestipt. Dit onder meer op het vlak van Life Sciences als op het vlak van Cleantech.
De tweede bedrijfséénheid ‘vastgoed en projectfinanciering’ met een startkapitaal van 135 mio, heeft de status van rollend fonds nog niet bereikt. Maar dat is logisch.
De investeringshorizon en doorlooptijd van de dossiers is hier van nature uit, beduidend langer dan op het vlak van de bedrijfsfinanciering.
Dat is onder meer het gevolg van de overlegprocessen met steden en gemeenten en de Vlaamse overheid. De ontwikkeling van KMO-zones en/of bedrijventerreinen, vraagt immers de input van verschillende actoren. Het is geen ‘één op één verhaal’ zoals bij een bedrijfsfinanciering of kapitaalparticipatie. Het zijn processen die veel meer tijd in beslag nemen.
Maar ook hier is goed nieuws te melden. Vanuit het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening hebben we immers een nieuw procesverloop uitgetekend. De Plan-Mer en de GRUP procedure zullen voortaan volledig samen kunnen sturen. Een tijdswinst circa 15 maanden.
En, in het recent goedgekeurde voorontwerp van wijzigings decreet RO wordt voorzien dat de aanvraag voor een milieuvergunning én bouwvergunning via een eenloketsysteem verloopt. Dit zal voor u, ondernemers, uiteraard niet enkel heel wat tijdswinst opleveren, maar stelt ook een flinke verlaging van de administratieve rompslomp in het vooruitzicht.
Dit nieuwe decreet zal vanaf 1 januari 2009 van kracht worden.
HARD WERKEN RENDEERT
Hoe dan ook, deze procesbijsturing kan alvast sterk bijdragen tot de ambitie van LRM om ook van de business-unit ‘vastgoed en projectontwikkeling’ tegen einde 2010 een echt ‘rollend fonds’ te maken.
Bovendien is er afgesproken dat de LRM-dividenden, uitgekeerd aan de aandeelhouder, het Vlaams Gewest, worden doorgestort aan de provincie.
Daar is wel een voorwaarde aan gekoppeld. Namelijk dat deze extra middelen worden ingezet om een antwoord te bieden op die grote maatschappelijke uitdagingen, die zich in de provincie dan zouden stellen.
Dit alles staat met zoveel woorden in het protocol dat ik deze namiddag in naam van de Vlaamse regering met het Provinciebestuur en de heer Gouverneur zal ondertekenen.
ERIC MONARD: JUISTE MAN OP DE JUISTE PLAATS
Dames en Heren,
Ik heb immers de eer om deze namiddag in naam van de Vlaamse regering twee handtekeningen te plaatsen onder ‘zwaarwichtige’ officiële documenten. De eerste is de nieuwe samenwerkingsovereenkomst met LRM, die ik u kort toelichtte.
Luttele ogenblikken later mag ik samen met u, meneer de gouverneur, ook het samenwerkingsprotocol tussen het Vlaamse Gewest en de provincie officialiseren. Dit protocol regelt in uitvoering van het decreet, het tweede luik van de herstructurering van LRM.
Via dit protocol hevelen we definitief de
niet-rendementsgebonden projecten van LRM/Lisom over naar een nieuwe provinciale structuur ‘Limburg Sterk Merk’. Een operatie die ook gepaard gaat met de transfert van een financiële enveloppe van 175 mio € .
Daarmee wordt dit geld – zoals ik aan het begin van mijn toespraak kwam te zeggen – definitief verankerd waar het thuishoort … namelijk hier in Limburg.
En daarbij komen de politieke verantwoordelijkheden ook op het juiste niveau te liggen. De rendementsgebonden activiteiten van LRM bij het Vlaams Gewest, de niet-rendementsgebonden activiteiten bij het provinciebestuur.
In dit protocol wordt dan ook meteen geregeld, dat de eventuele bijsturingen van de niet-rendementsgebonden gelden van het Strategisch Toeristisch Actie Plan (STAP) en de uitbouw van de de ‘Transnationale Universiteit Limburg’, voortaan onder de volledige verantwoordelijkheid van het provinciebestuur vallen.
Een ‘omweg’ via de Vlaamse Regering is niet langer noodzakelijk. Vanaf morgen kunnen deze dossier van A tot Z worden opgestart, beheerd en gerealiseerd in Limburg, door Limburgers.
Tot slot vermeld ik ook nog de beslissing om voortaan de Raad van Bestuur van LRM paritair samen te stellen uit bestuurders aangeduid door het Vlaamse Gewest en bestuurders aangeduid door de Provincieraad.
En nu ik het toch over de raad van bestuur heb, wil ik van de gelegenheid gebruikmaken om toch even één iemand speciaal te bedanken.
Vandaag zouden wij niet staan waar wij nu staan, zonder de diplomatie, kunde en hardnekkigheid van voormalig LRM-voorzitter Erik Monard.
Erik Monard heeft na de zoveelste turbulente periode in 2005, de teugels strak in handen genomen in april 2006. Hij heeft rust en stabiliteit binnen de organisatie gebracht.
Zijn éérste bekommernis was om, samen met het Directiecomité en de hernieuwde Raad van Bestuur, LRM terug op de juiste sporen te zetten. En om de krijtlijnen van een nieuwe transparante structuur uit te tekenen. Op mijn uitdrukkelijk verzoek ben je daarom ook tot in mei op post gebleven.
Ik meen Erik, dat je uitspraak van 21 mei jongstleden, ‘LRM-geld in Limburg houden is maar logisch’, met de ondertekening die vanmiddag plaatsheeft, ten volle gehonoreerd wordt.
Acht maanden na een verontrustende boodschap waarop je hier op dezelfde locatie verontwaardigd reageerde, heeft het LRM-schip opnieuw de volle wind in de zeilen.
LRM krijgt nu alle kansen en ik ben er zeker van dat je je personeel aangespoord hebt deze met beide handen te grijpen.
Bedankt Erik en veel succes. Hugo wordt een waardige opvolger.
UITDAGINGEN ZIJN OPPORTUNITEITEN: ER SAMEN WERK VAN MAKEN
Dames en Heren,
Ook al haalt het Limburg-gevoel het niet altijd en voelt men zich soms “weer gediscrimineerd” als Yanaika en Stephanie tweede eindigen in ‘Mijn restaurant’ … ik heb alvast de tijd genomen om u duidelijk te maken dat Limburg ook na aan het hart van een ‘Antwerpenaar in Brussel’ kan liggen.
Limburg staat voor grote uitdagingen, maar ook voor grote opportuniteiten. Kansen die men met beide handen moet grijpen. Dat kan als we samen sneller en efficiënter denken, handelen en beslissen over dié vraagstukken dié onze toekomst zullen bepalen. Dat kan als we oog hebben voor duurzame economische en maatschappelijke ontwikkelingen.
Dat kan als we alle beschikbare talent aanspreken, stimuleren en begeleiden om hun plaats in onze maatschappij in te nemen.
De samenleving verwacht van ons allen hier aanwezig, dat we de bakens uitzetten. Dat we het kader ontwikkelen voor verantwoorde groei, voor de opbouw van welvaart en het veiligstellen van ons welzijn over de generaties heen.
Zeer zeker hier in Limburg.
Ik dank u voor uw aandacht.
Voor meer info:
Kabinet Vlaams minister Dirk Van Mechelen
Persdienst: Philippe Heyvaert en Gunter Joye
Tel.: 02/552.67.35 GSM: 0495/23.16.90 Fax: 02/552.67.01
e-mail: persdienst.vanmechelen@vlaanderen.be
maandag 9 juni 2008




