Vlaams minister Dirk Van Mechelen reikt de Vlaamse Wapenbrieven uit

VOOR DE EERSTE MAAL AAN ZES VERENIGINGEN
Aan de vooravond van 11 juli, de Vlaamse Feestdag, reikt Vlaams minister Dirk Van Mechelen, bevoegd voor Onroerend Erfgoed en Heraldiek, jaarlijks de Vlaamse Wapenbrieven uit. Dit jaar werden vijftien unieke Wapenbrieven uitgereikt. Aan negen mensen die hun familiegeschiedenis hoog in het vaandel dragen. Negen families die ervoor kiezen een persoonlijk en uniek embleem officieel te laten bevestigen en registreren door de Vlaamse Regering.
Zij doen dit als eerbetoon aan hun familietradities, als referentie naar hun beroep of dat van hun voorouders, als verwijzing naar hun geboorte of woonplaats, kortom als teken van hun persoonlijke identiteit waarbij hun familiegeschiedenis als uitgangsbasis wordt genomen.
Voor de eerste maal kunnen ook zes verenigingen een wapen voeren. Dit dankzij de decreetsaanpassing van 18 april 2007.
Ook wordt ook één Codicil uitgereikt. Een Codicil is een vorm van addendum bij een reeds geregistreerde Wapenbrief, waardoor de van kracht zijnde wetgeving omtrent de niet-adellijke heraldiek er ook op van toepassing is. Concreet betekent dit dat de Wapenbrief voortaan overdraagbaar is aan alle nakomelingen, zowel de vrouwelijke als de mannelijke.
Sinds de bijzondere wet van 8 augustus 1980 is de niet-adellijke heraldiek een bevoegdheid van de Vlaamse gemeenschap. De niet-adellijke heraldiek omvat de wapens en vlaggen, gevoerd door openbare besturen, alsook de wapens van privé-personen en rechtspersonen.
De officiële erkenning van deze niet-adellijke wapens en vlaggen is wettelijk geregeld in twee reglementen:
- het decreet van 18 april 2007 regelt de vaststelling van het wapen en de vlag van de provincies, de gemeenten en de districten (ter vervanging van het decreet van 21 december 1994);
- het decreet van 3 februari 1998 regelt de vaststelling van het wapen van privé-personen en privaat- en publiekrechterlijke rechtspersonen (aangepast bij decreet van 18 april 2007).
Beide heraldische decreten hebben eenzelfde doel: de Vlaamse overheid ziet erop toe dat alle gevoerde wapens en vlaggen historisch en heraldisch verantwoord zijn. De regering laat zich daarin adviseren door de Vlaamse Heraldische Raad, sinds 2004 officieel de vijfde afdeling van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen.
Tussen beide decreten is er ook een verschil: in tegenstelling tot privé-personen en rechtspersonen, zijn gemeenten en provincies decretaal verplicht tot het voeren van een wapen. De verplichting geldt daarmee enkel voor openbare entiteiten met een rechtstreeks verkozen bestuur.
De decreten van 18 april 2007 vormen een belangrijke stap in de modernisering en actualisering van de heraldiek waaraan de minister de voorbije jaren gewerkt heeft. Sinds het jaar 2006 is de overdracht van een niet-adellijke Wapenbrief niet langer voorbehouden voor de mannelijke nazaten, maar kunnen alle rechtstreekse nakomelingen de Wapenbrief dragen.
De minister heeft met het decreten van 18 april 2007 ook mogelijk gemaakt dat private en publieke rechtspersonen een Wapenbrief kunnen aanvragen, terwijl dit vroeger voorbehouden was voor privé-personen en onderwijsinstellingen. Daarnaast krijgen de districten als officieel erkende bestuursorganen het recht een vlag en wapen te ontwerpen en te hanteren.
Jaarlijks worden de Wapenbrieven aan de vooravond van de Vlaamse Feestdag uitgereikt. Voormalig Vlaams minister Van Grembergen, die zelf de 100ste geregistreerde wapenbrief verkreeg, startte met deze traditie in 2001. Doordat minister Van Mechelen dit jaar 15 Wapenbrieven verleende, zijn er inmiddels 126 officieel geregistreerd.
Hieronder vindt u een overzicht wie dit jaar een Wapenbrief verkreeg.
U kan de schilden ook raadplegen via www.erfgoed.net/heraldiek
-
Wapenbrief nr 111, een oud wapen
de heer Didier Noblesse:
In goud, in het schildhoofd twee schildjes van lazuur en in de schildvoet een hart van keel.
Helmteken: een uitkomende arend van natuurlijke kleur, gekroond van goud; - Wapenbrief nr 112
de heer Jan Verhelle: golvend linksgeschuind 1. in lazuur drie aanstotende penningen van zilver, paalsgewijze geplaatst 2. in zilver een scalpel van keel omwonden door een slang van lazuur.
Helmteken: het scalpel met slang uit het schild tussen een vlucht van lazuur.
Wapenspreuk: SUMMUM ASPIRATE - Wapenbrief nr 113
de heer Guido Galle: In lazuur een afgerukte hanenkop van goud, vergezeld in het schildhoofd van drie ongebladerde eikels van hetzelfde.
Helmteken: een geplante eik van sinopel, bevrucht met drie eikels van goud. Wapenspreuk: GUTTA CAVAT LAPIDEM - Wapenbrief nr 114
de heer Auguste Mommaers: Doorsneden van zilver en van lazuur, beladen met twee afgewende samengevlochten sleutels van goud, de baarden in de vorm van een letter M.
Helmteken: een uitkomende beer van natuurlijke kleur, houdend een sleutel uit het schild.
Wapenspreuk: HONOR ET HUMILITAS - Wapenbrief nr 115, een oud wapen
de heer François Van der Jeught: In lazuur drie ruiten van goud.
Helmteken: een ruit van het schild.
Wapenspreuk: INSERVIENDO COMMUNITATI - Wapenbrief nr 117
de heer Theodoor Van Cammeren: In lazuur een schoorsteenhaal van zilver, het veld ingebogen gekapt van zilver en beladen met twee druiventrossen van lazuur, gebladerd van sinopel.
Helmteken: twee schuingekruiste brouwersvorken van zilver.
Wapenspreuk: DE GUSTIBUS DISPUTANDUM - Wapenbrief nr 122
de heer Jacobus Stuyck: In lazuur een stuik van goud, en een schildhoofd van zilver beladen met twee ringen van keel.
Helmteken: de stuik van het schild.
Wapenspreuk: MESURANDO COMPERIO - Wapenbrief nr 124
de heer Jozef Cambré: doorgebogen doorsneden, boven in lazuur drie op een knoestige tak rustende, gekroonde schuttersvogels van goud en onder in goud een steur van sinopel. Helmteken: acht omgekeerde pijlen van goud, waaiersgewijze geplaatst.
Wapenspreuk: ADJUVO - Wapenbrief nr 126
de heer Jean Turcksin: In keel een geplante boom tussen twee sleutels, de baarden afgewend, alles van goud; een gekanteeld schildhoofd van zilver, rechts beladen met een wassenaar van sabel.
Helmteken: een morenkop, omwonden met een lint van zilver.
Wapenspreuk: AUDAX OMNIA PERPETITUR - Codicil bij wapenbrief nr 54: dhr. Daniël Ostyn
WAPENS VAN VERENIGINGEN EN INSTELLINGEN
- Wapenbrief nr 121 een oud wapen
De Norbertijnenabdij van Tongerlo: In goud drie kepers van keel.
Het schild getopt met een kostbare mijter van goud en geplaatst op een kromstaf van goud, voorzien van een sluier van natuurlijke kleur.
Wapenspreuk: VERITAS VINCIT - Wapenbrief nr 116
het Scheepvaartmuseum Baasrode: In lazuur een leeuw van goud, getongd en geklauwd van keel, houdende met de rechtervoorpoot een scheepslantaarn van goud. Het schild omringd met een tros van scheepstouwen van natuurlijke kleur - Wapenbrief nr 118
het Polderbestuur Zwin-Polder: In zilver een versmalde linkerschuinbalk van lazuur, boven en onder vergezeld van een versmalde aanstotende dwarsbalk van hetzelfde, de bovenste getopt met een kroontje met drie fleurons van goud. Het schild getopt met een hordekroon met vijf palen van goud en wilgentakken van natuurlijke kleur. - Wapenbrief nr 119
het Polderbestuur Noordwatering Veurne: Gedeeld in drieën 1 en 3 in sabel gemetseld van goud, 2 nogmaals gedeeld in drieën, a en c van goud, b van lazuur, een schildhoofd van goud beladen met een uitkomende omgewende leeuw van sabel tussen twee klaverbladen van sinopel. Het schild getopt met een hordekroon met vijf palen van goud en wilgentakken van natuurlijke kleur. - Wapenbrief nr 120
de Koninklijke Hoofdgilde Sint-Sebastiaan Brugge: In keel een kruis van goud, vergezeld van vier kruisjes van hetzelfde.
Het schild omringd door een hoofdmansbreuk van zilver waarvan de onderste schakel beladen is met een Brugse b van goud waaraan het stadsschild hangt, en geplaatst op twee schuinsgekruiste sirescepters van zilver. - Wapenbrief nr 125
de Economische Raad voor Oost-Vlaanderen: In sinopel een doolhof van sabel met over alles heen een paal van goud. Het schild omgeven door twee hoorns van overvloed van goud.
maandag 7 juli 2008




