Boekvoorstelling 3.500 jaar textielkunst, Katoen Natie - Antwerpen
24 maart 2009,
Dames en heren,
Vanavond worden overal in Vlaanderen in het kader van de ‘Nacht van de Geschiedenis’ activiteiten georganiseerd. Centraal thema van deze geschiedenisnacht is ‘Van onder het stof’. Hierover worden lezingen, tentoonstellingen en voorstellingen gerealiseerd waarin textiel centraal staat.
Persoonlijk vind ik het een uitstekend idee om precies in dit kader ook het kunstboek ‘3500 jaar textielkunst’, voor te stellen.
Ik ben erg verheugd hier vandaag in uw aanwezigheid de voorstelling te mogen bijwonen om twee redenen. Ten eerste omdat het een schitterend kijk- en leesboek is geworden over een collectie van wereldniveau. En ten tweede omwille van de bewuste keuze van dit bedrijf, Katoen Natie, om de opbrengsten die zij uit haar activiteiten haalt, ook ten dienste te stellen van de maatschappij.
Dames en heren,
De collectie waarover dit boek handelt, is gegroeid vanuit een historisch besef. Katoen Natie ontstond in 1855 en was, zoals haar naam zegt, in oorsprong een bedrijf dat handelde in katoen. Doorheen de geschiedenis hebben Fernand en Karine Huts en hun voorgangers geregeld gemerkt dat het tijd was om te vernieuwen. Vandaag groepeert Katoen Natie meer dan 100 vestigingen in tientallen landen over de hele wereld, bedrijven actief in de opslag, transport en behandeling van industriële producten uit de petrochemie, de auto-industrie en de elektronica. Eind vorige week las ik nog dat Katoen Natie het Amsterdamse Unieveem overneemt, gespecialiseerd in de controle, ontvangst en op- en overslag van voornamelijk cacaoproducten. Er bleef één constante in de vele succesvolle ontwikkelingen van Katoen Natie, met name het hoofdkwartier dat nog steeds hier in de Antwerpse Seefhoek gevestigd is. En daar mogen wij trots op zijn.
Maar Katoen Natie is meer dan een bedrijf alleen. Het is een bedrijf met een hart, een hart voor geschiedenis, cultuur én erfgoed …
Wellicht mede vanuit die levendige herinnering aan het verleden koos Katoen Natie ervoor om een collectie historisch textiel te gaan aanleggen. Een collectie die ondertussen, en dat kan niet genoeg worden benadrukt, echt van wereldniveau is en kan wedijveren met de collecties van alle grote musea.
Dames en heren,
Textiel en Antwerpen en Vlaanderen zijn steeds met elkaar verbonden geweest. Een belangrijk deel van de rijkdom van onze regio hield verband met de productie van wol of linnen.
Deze productie heeft ervoor gezorgd dat ons land in het algemeen -en Antwerpen in het bijzonder- als draaischijf konden gaan fungeren in de handel en overslag ervan.
Vlaanderen is bij uitstek een textielcentrum én onze producten behoren tot de wereldtop. Dat was in de 16e en 17e eeuw al zo met onze wandtapijten. En het is vandaag nog steeds het geval met de Antwerpse modescene, één van de beste ambassadeurs van onze geliefde Metropool.
Ik ben dan ook erg tevreden dat wij hier met de Vlaamse Regering ons steentje hebben kunnen toe bijdragen. Als toenmalig minister van Economie en Innovatie heb ik begin jaren 2000, mee mogen werken aan de oprichting van de Mode Natie.
U weet wel, dat prachtige gebouw op de hoek van de Nationalestraat en de Drukkerijstraat, waarvan de renovatie beëindigd werd in mei 2002. Op zaterdag 15 juni 2002 opende het haar deuren. Het werd hét creatieve modehart van Antwerpen, dankzij het samen brengen onder één dak van succesvolle ModeMuseum, de befaamde Modeacademie en het Flanders Fashion Institute (FFI). Het verheugt mij dat de 2,6 miljoen euro die we met de Vlaamse Regering inbrachten, goed besteed werd.
In de beste traditie van de Antwerpse Naties is de Mode Natie er in geslaagd om zich een toppositie te verwerven. Het is een wereldwijd trefpunt geworden voor de professionele modewereld en een ontmoetingscentrum waar het publiek in contact kan komen met de internationaal sterk gewaardeerde Belgische en Antwerpse mode. Bovendien katalyseerde dit project de herwaardering van de hele buurt eromheen.
Net zoals de Mode Natie en het ModeMuseum met hun collecties en tentoonstellingen aandacht besteden aan het mode-verleden, als ook aan de mode-toekomst, biedt Katoen Natie samen met uitgeverij Lannoo, door de uitgave van dit kunstboek de mogelijkheid het verleden van textiel ook een toekomst te geven.
Beste aanwezigen,
Textiel is sterk, maar tegelijk ook kwetsbaar. Het blijft doorgaans niet eeuwig bestaan. Het aantal ‘textilia’ dat uit de middeleeuwen en de periodes daarvoor in Vlaanderen bewaard is gebleven, is al met al erg beperkt.
Dat heeft onder andere met ons klimaat te maken: nu eens droog, dan weer erg vochtig, af en toe warm, maar soms ook erg koud.
En laat een permanent hetzelfde klimaat of stabiele bewaringsomstandigheden nu net één van de voorwaarden zijn opdat textiel, maar ook andere materialen, bewaard kunnen blijven.
Omwille van deze constant wisselende weersomstandigheden, kunnen we bijvoorbeeld bij opgravingen quasi nooit resten van textiel terugvinden. We moeten ons tevredenstellen met eventuele geschreven bronnen of afbeeldingen.
Gelukkig zijn er in de wereld enkele plaatsen waar de bewaringsomstandigheden wel van die aard zijn dat textiel er minstens fragmentair bewaard blijft. Egypte is zo’n plaats, maar evengoed Zuid-Amerika. Plaatsen met oude en rijke culturen, waarbij het overgebleven textiel doorgaans sterk opvalt door zijn kleurenpracht, vaak in mooie en uitgebalanceerde figuren. Hier staan prachtige voorbeelden van in het boek.
Het gaat over textielrestanten die ook inzicht geven in het functioneren van die maatschappij: wat was belangrijk en waarom, waarvoor werden bepaalde voorwerpen gebruikt, welke technieken en kleuren werden toegepast.
Soms valt er uit deze resten af te leiden dat textielen voorwerpen voor verschillende doeleinden werd gebruikt. Zo kreeg bijvoorbeeld tafellinnen op een gegeven moment een tweede leven als lijkwade. Dit laatste hoeft overigens niet te verwonderen: vele voorwerpen zijn net vanuit een funeraire context tot ons gekomen. Ze kregen een plaats in het graf en bleven daar vaak ongemoeid, tot ze eeuwen later terug werden gevonden, gekoesterd en bestudeerd.
Dames en heren,
Wat mij betreft is de door de jaren heen opgebouwde collectie van Katoen Natie één van de verborgen schatten van Antwerpen. Alleen al wat dat betreft, zal dit boek er ongetwijfeld toe bijdragen dat steeds meer mensen de weg hiernaartoe vinden.
Ik moet eerlijk zeggen dat wanneer je door dit boek bladert, je mond echt openvalt van verbazing. Je hebt meteen door dat het hier om bijzondere dingen gaat: schitterende kleuren, vaak onbekende en toch herkenbare motieven. Voorwerpen die tastbaar zijn en tegelijk ook iets fragiels hebben.
Pareltjes dus, waarvoor Antwerpen en gans Vlaanderen erg dankbaar mag zijn dat ze dankzij de inzet van Karine en Fernand deel kunnen uitmaken van ons erfgoed.
Maar er is ook nog een andere meerwaarde: dit is niet zomaar een verzameling die werd aangelegd. Dankzij de expertise van de verantwoordelijken binnen Katoen Natie is men ook nog een stap verder kunnen gaan. Elk object werd uitgebreid bestudeerd: alle stukken werden gedateerd met de ‘Koolstof-14-methode’. Er werd onderzoek gedaan naar de samenstelling en het gebruik van de kleuren, naar de weef- en andere technieken,… Kortom er werd voor gezorgd dat het ganse plaatje klopte.
Ik hoop dan ook dat met dit boek niet alleen het grote publiek aangesproken wordt, maar dat ook vanuit de modewereld en de modeacademie hier met belangstelling wordt in gebladerd. Ik ben ervan overtuigd dat deze ‘textilia’ die soms tot 3500 jaar oud zijn, ook de creatieve ontwerpers van vandaag kunnen blijven boeien en inspireren. Oude motieven in een hedendaags kleedje, hergebruik van bepaalde technieken, terug op authentieke wijze kleuren maken en gebruiken: de mogelijkheden zijn legio. Of hoe Antwerpen als modestad met deze unieke uitgave, een historische onderbouw krijgt.
Ik wil alvast iedereen bedanken die de realisatie van dit boek mee mogelijk heeft gemaakt en hen van harte feliciteren met het uitzonderlijke resultaat.
Ik dank u.
dinsdag 24 maart 2009




