Regio
Vlaams minister Dirk Van Mechelen laat in een reactie op de berichtgeving dat er een onderzoek zou zijn naar de verdere ontwikkeling van de luchthaven van Deurne weten, dat er sowieso GEEN sprake is van een verlenging van de startbaan van de luchthaven.
Omwille van de veiligheid, zowel voor het luchtvaartverkeer als voor het wegverkeer, is er beslist over te gaan tot een ondertunneling van de Krijgsbaan. De minister is er dan ook van overtuigd dat de Europese Commissie dit initiatief kan ondersteunen.
Verder is het logisch dat bij de bouw van deze tunnel en de verdere ontwikkeling van de zakenluchthaven de nodige procedures gevolgd worden.
De Vlaamse regering zal dan ook - zoals gangbaar - een omstandig antwoord formuleren op de vragen van de Europese Commissie. Het gaat hier over een informele procedure, op gang gebracht na een klacht van gewezen V.U.-parlementslid Bart Staes, thans lid van ‘Groen!’.
De conclusie is voor minister Van Mechelen duidelijk: “we gaan verder met de uitbouw van een regionale zakenluchthaven in Deurne, binnen de contouren die door de Vlaamse regering werden geschetst”.
De minister laat verder weten dat dinsdagmiddag de regionale partners en het Vlaams gewest hun verbintenis ondertekenen en dat de aanbestedingsprocedure voor de resterende commerciële partner volop lopende is.
Dit alles zal leiden tot een PPS-vennootschap die de toekomst voor de regionale zakenluchthaven Deurne op een duurzame manier veilig stelt.
Bron: Kabinet
16 mei 2004
Minister Van Mechelen zorgt voor noodzakelijke bedrijventerreinen aan het Economisch Netwerk Albertkanaal
Vandaag heeft de Vlaamse regering op voorstel van de Vlaamse minister van Ruimtelijke Ordening, Dirk Van Mechelen, belangrijke beslissingen genomen inzake de verdere ontwikkeling van het Economisch Netwerk Albertkanaal (ENA). Tevens stelde de Vlaamse regering het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) ‘regionaal stedelijk gebied Turnhout’ definitief vast.
In uitvoering van het zomerakkoord, waarbij de versnelde uitvoering van het Ruimtelijke Structuurplan Vlaanderen één van de uitgangspunten was, werden vandaag de zoekzones aangeduid waarin bijkomende bedrijventerreinen kunnen ontwikkeld worden tussen de E313 en het Albertkanaal:
- Herstructurering en inbrijding van bedrijventerreinen: 231 ha
- Nieuwe bedrijventerreinen langs het ENA 360 ha
- Regionaal stedelijk gebied Turnhout 200 ha
Naast deze circa 800 hectaren bijkomende bedrijfsterreinen, is ook gekozen voor de ontwikkeling van regionaal bedrijventerreinen aan de noordzijde van de E313 Wommelgem-Ranst.
Voor de ontwikkeling en de ontsluiting ervan werd beslist:
- te opteren voor een regionaal bedrijventerrein met maximale aanwending van de multimodale mogelijkheden van de aangeduide locatie met voornamelijk een invulling als transport- en distributiezone en watergebonden bedrijventerrein;
- verder te onderzoeken wat de optimale ontsluitingsmogelijkheden zijn, waarbij verschillende oppervlaktescenario’s worden geanalyseerd en de bescherming en inbuffering van de Schijnvallei, de leefbaarheid voor de omwonenden en het zuinig ruimtegebruik uitgangspunten zijn. Elk scenario dient een ontsluitingsvoorstel te bevatten, waarbij de gefaseerde invulling afhankelijk wordt gemaakt van de mobiliteitsgegevens;
- de Vlaamse minister, bevoegd voor ruimtelijke ordening en de Vlaamse minister, bevoegd voor de openbare werken, het MER op te starten, alsmede het onderzoek te starten over de mogelijke privaat-publieke samenwerking voor de realisatie van het regionaal bedrijventerrein en de ontsluiting;
In dit netwerk van economisch belang voor heel Vlaanderen, op de logistieke as Antwerpen–Aken, is plaats voor zowel watergebonden, als niet-watergebonden bedrijvigheid en bijkomende hoogwaardige infrastructuur (spoor en leidingen).
Studies van het Strategisch Plan Ruimtelijke Economie hebben voldoende aangetoond dat bijkomende bedrijfsterreinen moeten afgebakend worden om de economische groei te kunnen volgen en vooral bijkomende duurzame werkgelegenheid te creëren.
Natuurlijk gebeurt dit niet blindelings. Zo zijn er heel wat gebieden die niet weerhouden worden om te ontwikkelen als bedrijventerreinen. Bijvoorbeeld: Winkelomheide te Geel, Langvoort te Laakdal, Veedijk te Meerhout, Olen-Kanaal, enz. Daar waar wel overgegaan wordt tot ontwikkeling zal rekening gehouden worden met optimale ontsluitingsmogelijkheden, leefbaarheid van de omwonenden, zuinig ruimtegebruik, inbuffering van bestaande terreinen, enz.
De effectieve afbakening zal via een gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplan gebeuren, waarbij expliciet is voorzien in een openbaar onderzoek. De burgers zullen na de voorlopige vaststelling door de Vlaamse regering (binnen enkele maanden te verwachten) gedurende 60 dagen de tijd krijgen om de plannen in te kijken en hun bemerkingen over te maken.
Minister Van Mechelen vindt dat er vandaag een belangrijke beslissing genomen is om de economische groei en bijhorende werkgelegenheid in Vlaanderen en meer in het bijzonder in de Kempen, veilig te stellen.
Bron: Kabinet
23 april 2004
Vanochtend kwam op het kabinet van Vlaams minister Dirk Van Mechelen de politiek-ambtelijke werkgroep die de 2de fase van de werken aan de Antwerpse Leien zal begeleiden, voor het eerst samen.
Alle aanwezigen waren zich ten volle bewust van het feit dat er hard zal moeten doorgewerkt worden om de 2de fase in timing te laten aansluiten op de eerste fase.
Na de toelichting van de startnota door de Vlaams Bouwmeester, bOb Van Reeth, werd afgesproken dat deze zal resulteren in 6 discussienotas, opgesteld vanuit ieders invalshoek:
- de Stad: aandacht voor de leefbaarheid en het stedelijke weefsel;
- de Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen: planningsaspecten en monumentaal belang van de Antwerpse Leien;
- de Administratie Wegen en Verkeer: aandacht voor de mobiliteit;
- de Lijn: aandacht voor de rol van het openbaar vervoer;
- de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel: integratie en afstemming met het Masterplan;
- de Vlaamse Bouwmeester: actualisatie van de studie van professor Smets (startnota hele project Leien).
Deze discussieteksten zullen dan leiden tot een conceptuele visie op de 2de fase van de heraanleg van de Leien.
Deze conceptuele visie zal na een beleidsdiscussie resulteren in het vastleggen van de grote opties. Deze beleidsdiscussie zal gevoerd worden tijdens een volgende vergadering die op 10 februari in het Antwerpse Standhuis zal plaatsvinden.
Nadien zullen de praktische werkzaamheden aangevat kunnen worden. Een ambtelijke projectwerkgroep, onder leiding van de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel en de Vlaams Bouwmeester zullen, zal de uitvoering nauwgezet opvolgen.
Minister Van Mechelen is verheugd dat er tijdens de vergadering onmiddellijk een consensus groeide over de noodzaak van een degelijke en efficiënte aanpak van het voorbereidende planningsproces. Alleen dergelijke aanpak kan garant staan dat de nieuwe werken begin 2006, naadloos zullen aansluiten op de afwerking van de eerste fase.
(noot voor de redactie: de aanwezigen waren:
- voor de Vlaamse regering: Minister Dirk Van Mechelen, zijn adjunct-kabinetschef Dirk Brusselaers, en de raadgever van minister Bossuyt, de heer Rik Haeckens;
- voor het stadsbestuur van Antwerpen: Burgemeester Patrick Janssens en Schepen Ludo Van Campenhout;
- voor het departement Leefmilieu en Infrastructuur: secretaris-generaal Fernand Desmyter;
- voor de administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen: wnd. directeur-generaal Hugo Beersmans, gewestelijk stedenbouwkundig en gemachtigd ambtenaar Didier Vaneddegem, afdelingshoofd monumenten en landschappen Joris Geets;
- voor de Lijn: directeur-generaal Ingrid Lieten en directeur Antwerpen Lode De Kesel;
- voor de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel: algemeen manager Bruno Accou, operationeel manager Ivan Verbaeckel en regeringscommissaris Willy Borré;
- de Vlaams Bouwmeester, bOb Van Reeth)
Bron: Kabinet
13 januari 2004
Deze middag vond er op het kabinet van minister Dirk Van Mechelen een politiek overleg plaats tussen het Vlaams Gewest en de stad Antwerpen, in casu tussen de ministers GILBERT BOSSUYT en DIRK VAN MECHELEN en burgemeester PATRICK JANSSENS en schepen LUDO VAN CAMPENHOUT.
Volgende week wordt een politiek-ambtelijke werkgroep geïnstalleerd die het hele planningsproces voor de 2de fase van de Antwerpse Leien nauwgezet zal opvolgen. Deze werkgroep is samengesteld uit vertegenwoordigers van het gewest, de stad, de administraties ruimtelijke ordening, wegen, monumenten en landschappen en de openbare vervoersmaatschappij De Lijn.
Ook de Vlaamse Bouwmeester, de heer bOb Van Reeth, zal bij deze vergaderingen nauw betrokken worden. Aan hem werd gevraagd een startnota op te maken.
Een goed overleg tussen alle betrokkenen is zeer belangrijk omdat de 2de fase in de heraanleg van de Antwerpse Leien definitief perspectief opent op het slopen van de ‘ijzeren noodbrug’ aan het Operagebouw en de Franklin Rooseveltplaats. Op deze plaats komt dan ruimte om een architecturaal prachtig plein van internationaal niveau te ontwikkelen. Dit plein zal dan ook de emanatie zijn van de fysische hereniging van de oude en nieuwe stadsdelen. Bij de aanleg zal bijzondere aandacht besteedt worden aan een vlotte mobiliteit binnen de stad met een prominente rol voor het openbaar vervoer.
Dat het overleg op topniveau plaatsvindt moet het welslagen en de kwaliteit van het project garanderen.
Het wordt nu al opgestart om voldoende tijd te hebben alle aspecten goed te kunnen overzien en de nodige beslissingen weloverwogen te kunnen nemen. Want het is de bedoeling om de effectieve start van de werkzaamheden begin 2006 naadloos te laten aansluiten op het einde van fase 1.
Met dit project zal de aantrekkingskracht van Antwerpen ontegensprekelijk verhoogd worden.
Bron: Andere
7 januari 2004
Minister Van Mechelen wenst het Antwerpse Havenbedrijf te feliciteren met de uitstekende cijfers voor 2003.
Het Vlaamse gewest heeft zich steevast als structurele en betrouwbare partner opgesteld bij de verdere ontwikkeling van de Antwerpse haven. Ook op moeilijkere momenten, wanneer de verdere ontwikkeling dreigde te verzanden in allerhande procedures.
Zo investeerde de Vlaamse regering tot eind 2003 reeds 313,63 miljoen euro in de aanleg van het Deurganckdok. Ook op de begroting van 2004 is reeds 60,60 miljoen euro ingeschreven voor de verdere afwerking van dit gigantische project.
Minister Van Mechelen of zijn vertegenwoordiger zit daarenboven een driewekelijkse werkgroep voor, die de correcte uitvoering van de Liefkenshoek-spoorwegtunnel begeleidt. Samen met de NMBS, die ook in de werkgroep vertegenwoordigd is, bewaakt de minister de minutieuze timing die hiervoor werd opgesteld.
Want de uitdaging is duidelijk. Antwerpen moet meer dan ooit gepositioneerd worden als het logistieke hart van Vlaanderen, dat zijn strategisch geografische ligging in het uitgebreide Europa maximaal moet kunnen uitspelen. Hierdoor creëren we een geweldige economische toegevoegde waarde voor onze regio en zullen vele nieuwe jobs gerealiseerd worden.
Bron: Kabinet
31 december 2003
Monseigneur,
Mevrouw de minister,
Mijnheer de minister,
Dames en Heren,
Geachte genodigden,
Het is voor mij een bijzondere eer om hier - in het bijzijn van Zijne Koninklijke Hoogheid prins Filip - even het woord te mogen voeren op de slotsessie van dit internationale symposium, ter gelegenheid van driekwart eeuw ‘Koninklijke Vlaamse Ingenieursverenging’.
Monseigneur, het is algemeen geweten dat u en uw familie een meer dan gewone belangstelling koesteren voor alles wat met wetenschappen en technologie te maken heeft. Uw aanwezigheid vandaag onderstreept nogmaals het grote belang binnen onze samenleving van een duurzaam energiebeleid enerzijds, en technologische innovatie anderzijds.
Monseigneur,
Geachte aanwezigen,
Op het ‘energetische’ vlak heeft het noorden van ons land een zeer belangrijke overgangsfase achter de rug. Sinds 1 juli van dit jaar is in Vlaanderen immers de volledige liberalisering van de energiemarkt een feit en kunnen alle ondernemingen en particulieren er vrij hun leverancier voor elektriciteit en aardgas kiezen.
Het Vlaamse gewest legt hiermee een dynamiek en bereidheid aan de dag om de zaken doortastend aan te pakken. In vergelijking met andere landen en deelstaten van de Europese Unie behoren we zeker niet tot de groep die blijft talmen om de Europese directieven uit te voeren.
DE EU voerde de voorbije jaren een liberaliseringbeleid door in sectoren als telecommunicatie, postverwerking en luchtvervoer. De openstelling van de energiemarkt maakt op haar beurt een einde aan de monopolies voor de elektriciteit en het gas.
Op termijn zullen zowel de bedrijven als de gezinnen volop profiteren van de concurrentie tussen verschillende leveranciers. Energie is een uitermate belangrijk element voor de economie van een land of regio en is mee bepalend voor het sociale welzijn.
Door de concurrentie in te voeren, zullen niet alleen de productiviteit en de efficiëntie toenemen, maar zal er ook binnen deze sectoren een verbreding optreden inzake innovatie en technologische vooruitgang.
De verlaging van de energiekosten zal trouwens de concurrentiekracht van de Europese ondernemingen nog verbeteren.
De Europese richtlijnen laten toe dat de overheden van de verschillende lidstaten tot op zekere hoogte zélf hun rol bepalen op de eigen energiemarkt. Die rol kan gaan van passief toeschouwer tot een beleid waarbij de overheid zelf de werkingsruimte van de verschillende marktspelers bepaalt.
De collega’s (de ministers Moerman en Bossuyt) hebben deze namiddag ongetwijfeld een exhaustieve toelichting gegeven hoe de Europese richtlijnen werden omgezet in België en Vlaanderen. Bovendien hebben velen onder u het tot stand komen van het ‘Electriciteitsdecreet’ en ‘Aardgasecreet’ van nabij opgevolgd. Dit bespaart mij een uitgebreide uitweiding hierover. Een “efficiëntieoverweging” die kan tellen.
Sinds het begin van de 21ste eeuw wordt de wereld geconfronteerd met enkele belangrijke gebeurtenissen in de energiesector.
De teloorgang van het energiebedrijf Enron, de gevolgen van 11 september 2001 en onlangs nog de grootschalige stroomonderbrekingen in westerse industrielanden als de VS en Canada hebben wereldwijd een weerslag gehad en roepen vragen op rond deregulering, nieuwe ondernemingsmodellen en risicovolle expansiestrategieën.
Ze zijn voor ons een les om te komen tot een coherente en marktconforme regelgeving.
Monseigneur,
Dames en heren,
De liberalisering van de energiemarkt gaat me zeer ter harte, want er ligt een brede waaier van mogelijkheden open voor Vlaamse bedrijven die willen “zoeken naar” en “investeren in” nieuwe innoverende technieken.
Mede door de openstelling van de markt, zal het afzetgebied voor vernieuwende producten niet beperkt blijven tot Vlaanderen of België. Hier liggen dus heel wat opportuniteiten open voor al wie het initiatief wil nemen.
Niettegenstaande de uitdagingen van de vrije (energie)markt groot zijn, kunnen we ervan uitgaan dat we al belangrijke stappen hebben gezet.
De ondernemer en ingenieur in Vlaanderen staat namelijk niet alleen. De Vlaamse regering heeft met het innovatiebeleid een gunstig klimaat geschapen dat voor hen een echte steun kan betekenen.
Niet minder dan 5 KMO programma’s werden recentelijk hervormd tot 1 administratief eenvoudig programma, waarbij innovatieprojecten extra ondersteund worden, en waarbij de kosten via achtergestelde leningen tot 80% kunnen gefinancierd worden. Het aantal aanvragen is reeds verdrievoudigd.
Daarnaast blijft er een belangrijke rol weggelegd voor de eigen onderzoekscentra. In het bijzonder voor onze kenniscentra aan de universiteiten en de eigen Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek, het VITO.
Het technologisch onderzoek dat op deze verschillende echelons wordt verricht, beoogt concrete problemen op korte termijn op te lossen om de bestaande producten, processen en diensten te verbeteren en er nieuwe te ontwikkelen.
We mogen hierbij onze ogen niet sluiten voor de groeiende internationalisering in alle onderzoeksactiviteiten, gaande van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek naar toepassingsgericht onderzoek.
Bedrijven die internationaal opereren, wijken immers steeds meer uit naar landen uit het Verre Oosten, zoals India en China, en naar landen uit het voormalig Oostblok.
Daar waar het innovatiebeleid gevoerd werd vanuit de idee van verankering dóór kennis, zullen wij voortaan samen werk moeten maken van de verankering ván de kennis zélf. Zoniet komt het fundament van de kennismaatschappij zelf in gevaar.
Om aan deze nieuwe wereldwijde uitdaging een antwoord te kunnen bieden, wil Vlaanderen een structurele aanpak voorop stellen. Meer in het bijzonder denk ik aan nog meer netwerking, de verdere uitbouw van excellentiecentra en een versterkte samenwerking tussen Vlaanderen en andere kennis-regio’s .
Monseigneur,
Dames en heren,
Dat ook op het vlak van de energie nog zeer veel kan worden verbeterd, hoeft echter geen betoog.
Sta me toe onder meer te verwijzen naar de Kyoto-akkoorden. België verbond zich reeds tot dit protocol, om ondermeer de doelstellingen inzake emissiebeperking van broeikasgassen te verwezenlijken. Nieuwe, innoverende technieken en de continue verfijning van bestaande technieken moeten ons toelaten deze doelstellingen te halen, zonder evenwel onze economische weerbaarheid te schaden.
Op het vlak van de aanbodzijde rekenen wij op de verdere ontwikkeling van de hernieuwbare energiebronnen. Volgens het vorig jaar in Johannesburg goedgekeurde VN-actieplan voor duurzame ontwikkeling moet dit aanbod ‘substantieel’ verhoogd worden.
Ook de REG-missie (Rationeel Energie Gebruik) blijft meer dan ooit actueel. De spaarlamp en de economische douchekop hebben bewezen dat alle producten die energie verbruiken voor verbetering vatbaar zijn.
In de industrie hebben re-lighting, doorgedreven isolatie en verbeterde productietechnieken voor spectaculaire energiebesparingen gezorgd. De mogelijkheden op dit vlak zijn nog lang niet uitgeput.
De term ‘Duurzame Ontwikkeling’ wordt de jongste jaren al te vaak als een modewoord gehanteerd. Het blijft echter dé basisvereiste voor een blijvende welvaart. En bijgevolg voor een duurzame toekomst.
We kunnen pas van een “duurzame economische en technologische ontwikkeling” spreken, als
- deze blijvend is
- tegemoetkomt aan de wensen voor een schone en gezonde leefomgeving
- én tegemoetkomt aan de sociale behoeften van de huidige en de toekomstige generaties.
Alleen als deze drie peilers gelijktijdig en gelijkwaardig worden opgebouwd, kunnen we samen dit toekomstbeeld bereiken.
De Koninklijke Vlaamse Ingenieursvereniging en haar Technologische Instituut doen bijzonder veel inspanningen om deze uitdaging mee vorm te geven.
Mag ik als slotspreker op dit gerenommeerde en internationale symposium – de folder spreekt terecht van “één van de belangrijkste energiemanifestaties die in dit georganiseerd werden – mijn bijzondere waardering uiten voor het zeer succesvolle energieprogramma van de jarige KVIV.
In het voorjaar werden langsheen de Vlaamse provinciehoofdsteden meerdere debat en voordrachtheden rond onze energie georganiseerd. Meer zelfs, tijdens video-conferenties werd het thema “wat zouden we doen als de stroom in België 24 uren uitvalt” uitvoerig bediscussieerd. Al de opgedane kennis en verzamelde kennis was een degelijke basis voor de boeiende sessies op dit symposium.
Het is dan ook niet meer dan gepast de Koninklijke Vlaamse Ingenieursvereniging en al haar leden van harte te feliciteren met haar jubileumjaar. We blijven op u rekenen.
Ik dank u
Bron: Kabinet
25 november 2003
Vanochtend vond op het kabinet van de minister een
gedachtenwisseling plaats tussen Vlaamse Bouwmeester bOb Van reeth en
Dirk Van Mechelen.
Twee belangrijke Antwerpse dossiers werden daarbij
uitvoerig besproken: de toekomst van de luchthaven van Deurne en de
heraanleg van de Antwerpse leien.
bOb Van reeth stelde dat de luchthaven van Deurne
één van de vroegste modern opgevatte luchthavens van Europa is en
door het feit dat ze steeds kleinschalig is gebleven, tevens één van
de best bewaarde uit de pioniersperiode van de burgerluchtvaart. bOb
Van reeth heeft in de Open Oproep van de Vlaamse Bouwmeester, van juli
2000, dan ook gepleit bij een verbouwing rekening te houden met de
grote historische en architecturale waarde.
Het debat over de toekomst van de luchthaven van
Deurne wil hij thans aangrijpen om te ijveren voor een optimale,
kwalitatieve invulling van de luchthaven site, door de verdere
ruimtelijke ontwikkelingen ervan mee op te nemen in de nieuwe Open
Oproep van juni 2003. Zonder
nu reeds te willen anticiperen op de politieke besluitvorming omtrent
de toekomst van deze zakenluchthaven, onderschrijft Vlaams minister
Dirk Van Mechelen deze piste zodat een eventuele invulling van het
luchthavencomplex op een verantwoorde planologische wijze kan gebeuren
en meteen een voorbeeldfunctie voor de ontwikkeling van
bedrijventerreinen in Vlaanderen kan zijn.
Tevens werden concrete werkafspraken gemaakt
omtrent de voorbereiding van de tweede fase van de heraanleg van de
Antwerpse Leien. Hierbij willen beiden een verantwoorde ruimtelijke
aanpak met grote zorg voor de architectonische uitstraling van het
ganse project. Vooral de realisatie van een eigentijds en
architecturaal hoogstaand Operaplein (na afbraak van “de IJzeren –
brug”), als symbool van de verbondenheid van het historisch
stadscentrum, vraagt daarbij een gedegen voorbereiding.
Een gemengde werkgroep bestaande uit de Vlaamse
Bouwmeester en uit topambtenaren van Ruimtelijke ordening, Monumenten
en Landschappen en de afdeling Wegen zou nog dit voorjaar worden
opgericht om de kwalitatieve bewaking van het project op zich te nemen.
Minister Van Mechelen is verheugd dat de Vlaams Bouwmeester zijn
ervaring ten dienste wil stellen voor deze projecten die belangrijk
zijn voor het Antwerps en regionaal imago.
Bron: Kabinet
10 juni 2003
Minister Dirk Van Mechelen schrapt met een
gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) de reservatiezone voor het Duwvaartkanaal.
Deze zone met bouwverbod voor de aanleg van een verbindingskanaal tussen het
Schelde-Rijnkanaal te Berendrecht/Zandvliet en het Albertkanaal te Ranst (Oelegem) was
reeds geconcipieerd in de jaren ’60 en ingetekend in het Antwerpse gewestplan van
1979. Met de schrapping wordt uitvoering gegeven aan een beslissing van de Vlaamse
regering van 6 oktober 2000.
Met de in het Masterplan voorziene modernisering van het Albertkanaal tussen Antwerpen en
Oelegem verkrijgt de Antwerpse haven de kwalitatieve en concurrentiele
achterlandverbinding, nodig om haar internationale verbindende functie te versterken. Ook
de ontsluiting van de Waalse waterwegen is hiermee mede verzekerd.
Daardoor is het Duwvaartkanaal tussen Oelegem en Zandvliet niet langer nodig.
Nu het voorontwerp van gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) overgemaakt
werd aan de bestendige deputatie van Antwerpen, de betrokken gemeentebesturen en de
adviesorganen kan op 12 december een plenaire vergadering georganiseerd worden. Hierop
volgt een openbaar onderzoek. Minister Van Mechelen verwacht dat het gewestelijk
ruimtelijk uitvoeringsplan definitief kan vastgelegd worden voor het midden van 2003, na
de verwerking van alle opmerkingen en adviezen.
Met deze GRUP wil minister Van Mechelen definitieve rechtszekerheid geven aan alle
eigenaars die lagen in het betrokken gebied. Naast deze rechtszekerheid wordt ook een
groot aaneengesloten buitengebied, nl. de Noorderkempen, gevrijwaard en verhindert de GRUP
de verdere versnippering het gebied en kunnen bestaande waardevolle natuurlijke en
agrarische structuren verder ontwikkeld worden.
Bron: Kabinet
4 december 2002
Vlaams minister van Financiën en Begroting Dirk Van Mechelen toont zich verheugd over het zopas bereikte investeringsakkoord in Antwerpen. Hij staat erop het Antwerpse College van Burgemeester en Schepenen te feliciteren voor de doorgedreven inspanningen en aangegane engagementen, die hebben geleid tot het ambitieuze masterplan voor de komende jaren. De tijd van kibbelen is voorbij. Het was de hoogste tijd. Antwerpen moet het nú doen!
Een belangrijke peiler van het meerjarenplan is volgens minister Van Mechelen, de realisatie van het project Museum aan de Stroom (MAS). Het MAS is niet enkel “cultuur”, het is een totaalproject voor Antwerpen dat - samen met het congrescentrum – het hele zuidelijk Eilandje opnieuw zal omvormen tot een aantrekkelijke en aangename (woon)wijk.
Op 1 juli 2002 vond op het kabinet van de minister in Brussel, in aanwezigheid van Antwerps cultuurschepen Eric Antonis, schepen van Financiën Luc Bungeneers en een vertegenwoordiging van de Vlaams minister van Cultuur, reeds een verkennend gesprek plaats over een principiële bijdrage vanuit het Vlaams Gewest. Het mogelijke financieringsmechanisme kwam uitgebreid aan bod. Tijdens de begrotingsbesprekingen 2003 heeft minister Van Mechelen samen met de minister van Binnenlandse Aangelegenheden een doorbraak gecreëerd om de leningscapaciteit van de stad te verruimen.
Nu er in Antwerpen een politieke consensus bestaat over de inhoud van het MAS, heeft minister Van Mechelen de schepenen Antonis en Bungeneers uitgenodigd om de financiële besprekingen te finaliseren.
Bron: Kabinet
26 september 2002
Dankzij Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening, Dirk Van Mechelen kan aan de Oude Molenstraat een nieuwe begraafplaats aangelegd worden. Door de goedkeuring van een Bijzonder Plan van Aanleg wordt 2,59 hectare landbouwgebied omgevormd tot een gebied voor algemeen nut. In ruil voor deze bestemmingswijziging wordt de grond aan het scoutsdomein Drieboomkesberg omgevormd tot bosgebied, 3,68 hectare “Trappistenbossen”.
Het plangebied voor BPA ‘Trappistenbossen’ is gelegen in het beschermd landschap Brechtse Heide in de open ruimte rond de Trappistenabdij. Het plan voorziet in een bestemmingswijziging van 3.68 ha gebied voor gemeenschaps- en openbare nutsvoorzieningen naar bosgebied. De wijziging naar bosgebied is verantwoord door het behoud en de versterking van de bosstructuur.
Deze bestemmingswijziging wordt voorzien als compensatie van de bestemmingswijziging van 2.59 ha agrarisch gebied in BPA ‘Begraafplaats Oude Molenstraat’. Het plangebied van dit BPA paalt aan het klooster van het Mariagaarde Instituut aan de rand van de kern van Westmalle. Door deze wijziging kan de nieuwe begraafplaats aangelegd worden en wordt plaats gemaakt voor tussengelegen tuinen van het klooster.
Bron: Kabinet
22 juli 2002